Natuur rond Benimassot

Vallei en bergdecor

Wie Benimassot benadert, rijdt een amfitheater van rots en licht binnen. Het dorp ligt in de Vall de Seta, precies tussen de grillige keten van de Serrella en de stoerdere massieven van de Almudaina. De ligging voelt als een balkon boven de vallei: terrassen met amandel- en olijfbomen vallen in trappen naar beneden, daarachter rijzen kammen en kloven die bij elke wolk ander licht vangen. Dit is het binnenland van Alicante zoals je het zelden aan zee ziet: stiller, ruiger en met een horizon die niet aan de Middellandse Zee maar aan kalksteen is opgehangen. De paden beginnen letterlijk aan de dorpsrand; je stapt van het plein zo een wereld van droge geuren binnen – tijm, rozemarijn, jeneverbes – en het gedempte ruisen van dennen. Voor wie wil wonen in Alicante en de natuur dichtbij zoekt, is dit een landschap dat het dagelijks leven inkleurt: ochtendlicht op kalk, avonden waarin de bergen langzaam paarsen en een nachtelijke hemel vol sterren.

Bescherming en parken

De bergen rondom Benimassot maken deel uit van een groter mozaïek van beschermde gebieden. Ten zuiden en oosten ligt het Natura-2000-gebied “Aitana, Serrella i Puigcampana”, erkend om zijn bijzondere habitats en rotsflora. Dat betekent concreet: kwetsbare planten, roofvogels die de thermiek lezen als een boek, en kalkplateaus waar zeldzame soorten schuilen. Iets verder, maar binnen dagtripafstand, liggen twee natuurparken die het ecologische verhaal completeren: het Carrascal de la Font Roja, met zijn goed bewaard mediterraan steeneikenbos, en de Serra de Mariola, bekend om haar aromatische planten en sneeuwputten. Deze drie lagen – lokale valleien, Europese bescherming en regionale natuurparken – zorgen ervoor dat wandelen, fietsen en natuurobservatie hier samengaan met behoud. Voor bewoners en bezoekers betekent dat gemarkeerde routes, informatiepanelen en stille zones waar de natuur het ritme bepaalt. Zo blijft het binnenland van Alicante niet alleen mooi, maar ook leefbaar voor planten, dieren en mensen.

Planten en bomen

De vegetatie rond Benimassot is een les in mediterrane veerkracht. Op de zonnige hellingen domineren Aleppodennen (Pinus halepensis), die licht en harsgeur brengen. In schaduwrijke zones duiken steeneiken (Quercus ilex ssp. rotundifolia) op, vaak vergezeld door lage eiken (Quercus coccifera) en struiken als mastiek (Pistacia lentiscus), jeneverbes en filigraan van espartogras (Stipa tenacissima). De kruidenlaag is in elk seizoen anders: in de lente wemelt het van tijm, rozemarijn en lavendel; in de nazomer ruikt de lucht naar warme aarde en hars. Langs de bedding van de Riu Seta verschijnen stroken oevervegetatie met populier, wilg en es, een groene draad die insecten, vogels en amfibieën verbindt. Tussen dit alles liggen de door mensen gemaakte terrassen met amandel- en olijfbomen, waar de bloesem in februari en maart het landschap zachtroze en roomwit kleurt. Het resultaat is een gevarieerd mozaïek waarin natuurlijke en agrarische elementen elkaar niet verdringen maar juist aanvullen.

Vogels en roofvogels

De lucht boven de Serrella is zelden leeg. Op warme dagen zie je wiegende cirkels van thermiek waarin buizerds en slanke wespendieven meedraaien. In het voorjaar patrouilleert de slangenarend – een specialist die boven open hellingen jaagt – langs richels waar hagedissen en slangen zonnen. Ook de dwergarend en de slechtvalk laten zich in de regio zien; bij de schemering klinkt het diepe “oehoe” van de oehoe tegen de rotswanden. Wie een dag verder trekt richting de Serra de Mariola, kan een ontmoeting hebben met de vale gier: sinds herintroductieprojecten zweven weer brede, donkergetipte vleugels boven de kalk. In de lagere struiklagen hoor je roodkopklauwier en grasmus, in de dennenbossen tjiftjaf, wielewaal en vink. De seizoenen schrijven het script: voorjaar is zang en balts, zomer is thermiek en jacht, herfst is trek van lijsters en roofvogels, winter is stilte met af en toe een doordringende roep die over de vallei draagt.

Zoogdieren en reptielen

Op de hellingen laten wilde zwijnen hun sporen achter in de losse aarde, en ’s nachts steekt wel eens een vos het pad over. In de schaduw van oude muurtjes sluipt de genet, een katachtig roofdiertje met marmertekening, op zoek naar muizen. De bergwereld rond Benimassot deelt zijn fauna met andere massieven in Alicante: waarnemingen van Spaanse steenbokken (Capra pyrenaica hispanica) duiken de laatste jaren weer op in de provincie, vooral in hogere, ruige zones. Aan de zonnige randen flitsen reptielen weg: de imposante parelhagedis (Timon lepidus), ladderslang (Zamenis scalaris) en hoefijzerslang (Hemorrhois hippocrepis) zijn typische bewoners van het warme, stenige microklimaat. Waar water blijft staan, hoor je in de schemer de Iberische groene kikker; na een voorjaarsbui verschijnt de rugstreeppad soms in plassen langs paden. Het geheel vormt een voedselweb waarin rots, struik en water elkaar in evenwicht houden.

Routes en stille plekken

De bekendste poort naar de hoge Serrella is het kalkplateau van het Pla de la Casa, een tocht die je langs kammen en runars (steenstromen) voert. Aan de noordflank ligt het sprookjesachtige gebied van les Agulles dels Frares: een rij torsen en “broeders” van rots die als wachters uit het kalk oprijzen. Hier vind je microreservaten van flora met zeldzame soorten en bijzondere bomen die elders in de provincie nauwelijks voorkomen; informatiepanelen langs het pad leggen uit wat je ziet. Voor wie het rustiger wil, zijn er rond Benimassot kortere rondjes over oude muurtjes en langs bronnen die op hete dagen verkoeling bieden. De charme van deze routes is niet alleen het uitzicht, maar ook de stilte: het zachte ritselen van dennennaalden, het tikken van een specht op afstand, voetstappen die dempen in stof. Wandelen is hier geen sprint maar een gesprek met het landschap, stap na stap.

Seizoenen en kleurwissels

Ieder seizoen legt een andere filter over de Vall de Seta. In de winter is de lucht kraakhelder en tekenen de kammen zich scherp af; soms ligt er poedersuiker op de hoogste toppen en ruik je houtvuur uit dorpskeukens. In de lente ploft het landschap open: amandelbloesem, jonge kruiden, insecten die de lucht laten trillen. De zomer brengt hitte, maar ook koele avonden waarin de geur van hars en tijm blijft hangen; dan is het vroege ochtendlicht het mooiste, als de schaduwen lang zijn en vogels hun eerste ronden vliegen. In de herfst warmt de kalksteen nog na en krijgen steeneiken en esdoorns in schaduwrijke hoeken een gedempte gloed. Wie leven in Spanje koppelt aan variatie, vindt hier een kalender die je buiten leest: niet op papier, maar in kleur, geur en geluid.

Praktisch en respectvol genieten

De natuur rond Benimassot is uitnodigend, maar vraagt om aandacht. Neem voldoende water mee, kies schoeisel dat grip heeft op kalk en los puin, en vermijd vuur in de droge maanden: één vonk kan hier een ravijn in vlammen zetten. Blijf op paden in zones met kwetsbare flora, laat geen zwerfafval achter en geef wild de ruimte; wie stil is, ziet meer. Gebruik verrekijker of telelens voor vogels en respecteer rotswanden in het broedseizoen. Honden blijven aangelijnd in gebieden met vee of wild. Wie verhuizen naar Alicante overweegt en dit landschap tot zijn achtertuin wil maken, ontdekt dat kleine gewoontes – vroeg op pad, siësta in de hitte, wandelen bij valavond – het verschil maken tussen “er zijn” en “er thuis zijn”. Zo blijft het landschap dat je omarmt ook behouden voor de volgende stapper na jou.