Geschiedenis van Tollos

Historisch straatbeeld in Tollos in El Comtat

Tollos ligt in de Vall de Seta, aan de zuidelijke helling van de Sierra de Alfaro in de comarca El Comtat, in het bergachtige noorden van de provincie Alicante. Hoewel Tollos tegenwoordig tot de kleinste gemeenten van de provincie behoort, gaat de geschiedenis van Tollos duizenden jaren terug. Prehistorische rotsschilderingen, middeleeuwse documenten over de alquería Tollos, de machtsstrijd rond Al-Azraq, eeuwen van islamitische bewoning, de uitwijzing van de Moriscos in 1609, de moeilijke herbevolking daarna en de sterke ontvolking in de twintigste eeuw hebben allemaal hun sporen achtergelaten. Het huidige stille bergdorp is daarmee het resultaat van een veel langere en bewogen ontwikkeling dan zijn geringe omvang doet vermoeden.

Het landschap speelde daarbij voortdurend een hoofdrol. Tollos ligt op ongeveer 773 meter hoogte in een gebied van bergen, valleien en barrancos, oftewel diepe ravijnen en rivierkloven. Landbouwgrond was schaars en vervoer naar andere plaatsen bleef eeuwenlang moeilijk. Bewoners moesten terrassen aanleggen, bronnen benutten en hun landbouw aanpassen aan droge zomers en relatief koude winters. De geschiedenis van Tollos is daarom niet die van een grote handelsstad of een machtig bestuurlijk centrum, maar van kleine gemeenschappen die steeds opnieuw een bestaan opbouwden in een ruige uithoek van Alicante.

De vroegste bewoners

De oudste aantoonbare menselijke sporen binnen het grondgebied van Tollos dateren van ver vóór de Iberische, Romeinse of islamitische periode. Bij de Coves Roges zijn verschillende rotsschuilplaatsen aangetroffen met prehistorische schilderingen. Een abrigo, zoals zo'n plek in Spaanse archeologische beschrijvingen wordt genoemd, is een ondiepe natuurlijke rotsschuilplaats die door mensen kon worden gebruikt zonder dat er sprake is van een diepe grot.

De Coves Roges behoren tot de belangrijkste historische aanwijzingen dat mensen dit landschap al duizenden jaren geleden gebruikten. In de rotswanden zijn voorbeelden aangetroffen van zogenoemde macro-schematische rotsschilderkunst. Deze kunstvorm is kenmerkend voor delen van het huidige Valenciaanse grondgebied en wordt verbonden met de eerste landbouwgemeenschappen van het neolithicum. De voorstellingen zijn vaak groot en sterk vereenvoudigd en verschillen duidelijk van het latere, meer naturalistische Levantijnse rotsschilderwerk.

De historische betekenis van deze vindplaatsen reikt verder dan alleen Tollos. De rotsschilderingen van de Coves Roges behoren tot het omvangrijke geheel van prehistorische rotskunst aan de mediterrane zijde van het Iberisch Schiereiland dat sinds 1998 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat. Binnen het grondgebied van Tollos zijn verschillende vindplaatsen met rotsschilderingen bovendien beschermd als cultureel erfgoed. Daarmee begint de geschiedenis van Tollos niet in de middeleeuwen, maar bij gemeenschappen die hier duizenden jaren eerder jaagden, dieren hielden, landbouw bedreven en het landschap ook een rituele of symbolische betekenis gaven.

Het oorspronkelijke artikel verbond het gebied daarnaast met Iberische en Romeinse bewoning. Voor de bredere regio El Comtat bestaan inderdaad talrijke archeologische aanwijzingen voor zowel Iberische als Romeinse aanwezigheid. Voor het huidige gemeentelijke grondgebied van Tollos zijn de prehistorische rotsschilderingen echter veel duidelijker gedocumenteerd dan concrete Iberische of Romeinse nederzettingen. Daarom is voorzichtigheid nodig: het ligt voor de hand dat mensen ook in deze latere perioden door de Vall de Seta trokken en het omliggende land gebruikten, maar zonder voldoende lokale vondsten kan niet worden gesteld dat op de plaats van het huidige dorp toen al een permanente nederzetting bestond.

De oorsprong van de naam

Ook de naam Tollos heeft een lange geschiedenis. In middeleeuwse documenten komen verschillende schrijfwijzen voor, waaronder Toyllo, Tollo en Toyno. De Universiteit van Valencia registreert Tollos in de dertiende eeuw als een alquería, een kleine agrarische nederzetting, binnen de Vall de Seta en het gebied dat onder het kasteel van Xeroles viel.

Over de precieze oorsprong van de plaatsnaam bestaan verschillende taalkundige verklaringen. Een historische etymologische studie brengt de naam in verband met het oude woord tollo, dat kan verwijzen naar een kuil, uitholling, diepe plek of waterpoel. Daarbij wordt een zeer oude, mogelijk pre-Romeinse woordstam genoemd, terwijl de middeleeuwse vorm ook kenmerken vertoont die met het Mozarabisch in verband worden gebracht. Mozarabisch is een verzamelnaam voor Romaanse taalvormen die onder islamitisch bestuur op het Iberisch Schiereiland bleven bestaan.

De oudere theorie dat de naam Tollos eenvoudigweg Arabisch zou zijn, is daardoor te stellig. De historische schrijfwijzen tonen vooral dat de naam al vroeg bestond en in de loop van de eeuwen veranderde. Pas relatief laat werd de huidige meervoudsvorm Tollos algemeen. Omdat de etymologie niet volledig onbetwist is, is het verstandig de verbinding met oude woorden voor een uitholling of diepe plaats als een onderbouwde verklaring te beschouwen, maar niet als een absoluut vaststaand feit.

Tollos onder islamitisch bestuur

De nederzetting die uiteindelijk zou uitgroeien tot het huidige Tollos kreeg vermoedelijk in de islamitische middeleeuwen een duidelijkere vorm. Vanaf de achtste eeuw maakte dit deel van het Iberisch Schiereiland deel uit van Al-Andalus. In het bergachtige achterland van Alicante ontstond een netwerk van kleine agrarische nederzettingen die sterk waren aangepast aan het terrein. Tollos wordt in de latere middeleeuwse bronnen als alquería aangeduid. Zo'n alquería bestond doorgaans uit een klein aantal woningen met omliggende akkers, boomgaarden, bronnen en gemeenschappelijke gebruiksgronden.

Landbouw was alleen mogelijk wanneer bewoners zorgvuldig met bodem en water omgingen. Stenen terrassen hielpen voorkomen dat vruchtbare grond bij zware regenval van de hellingen verdween. Bronnen en natuurlijke waterlopen werden benut waar dat mogelijk was, terwijl op drogere gronden gewassen werden verbouwd die tegen lange perioden zonder regen konden. Veeteelt was eveneens belangrijk, omdat geiten en schapen gebruik konden maken van hellingen die voor akkerbouw nauwelijks geschikt waren.

Het is verleidelijk om de huidige smalle straatjes van Tollos rechtstreeks als een onveranderd Moors stratenplan te beschrijven. Daarvoor bestaat echter onvoldoende bewijs. De gemeente geeft wel aan dat Tollos een stratenpatroon bewaart dat al eeuwen bestaat, en de compacte bouwvorm past bij veel historische dorpen in deze streek. Huizen zijn door de eeuwen heen echter herbouwd, aangepast en uitgebreid. De huidige dorpskern bevat dus oude structuren, maar kan niet zonder meer als een volledig intact islamitisch dorp worden beschouwd.

Smalle straat in Tollos met historische dorpsbebouwingTollos stond bovendien nooit volledig op zichzelf. Het dorp lag in een netwerk van nederzettingen in de Vall de Seta en aangrenzende valleien. Paden liepen richting Facheca, Famorca, Benimassot, Castell de Castells en de Vall d'Alcalà. Voor handel, familiecontacten, religieuze verplichtingen en het verplaatsen van vee waren deze verbindingen essentieel. De bergen maakten Tollos geïsoleerd, maar niet afgesloten.

Dat historische landschap is nog altijd herkenbaar. Oude terrassen, droge stenen muren en landbouwroutes laten zien hoeveel arbeid nodig was om hier generaties lang voedsel te produceren. Wie de geografische achtergrond daarvan uitgebreider wil leren kennen, vindt op MijnAlicante.nl afzonderlijke informatie over de natuur rond Tollos. Op deze geschiedenispagina staat vooral centraal hoe dat landschap het verleden van de gemeente heeft bepaald.

Al-Azraq en de christelijke verovering

In de dertiende eeuw veranderde de politieke situatie in de Vall de Seta ingrijpend. De christelijke Kroon van Aragón breidde haar macht onder koning Jaume I steeds verder naar het zuiden uit. Deze periode wordt vaak aangeduid als onderdeel van de Reconquista, de eeuwenlange uitbreiding van de christelijke koninkrijken op het Iberisch Schiereiland ten koste van gebieden onder islamitisch bestuur. In de bergen van het huidige Alicante verliep deze machtswisseling echter niet als één snelle verovering.

Een centrale figuur in deze geschiedenis was de islamitische leider Al-Azraq. Hij beheerste verschillende berggebieden en kastelen in het huidige noorden van Alicante en sloot in 1244 het beroemde Verdrag van Pouet. In dat akkoord werden afspraken gemaakt over verschillende kastelen en inkomsten. Opvallend voor de geschiedenis van Tollos is dat ook de inkomsten uit de alquerías van Ebo en Tollos in dit verdrag werden genoemd. Tollos verschijnt daardoor al in 1244 duidelijk in de geschreven politieke geschiedenis van de streek.

De verhouding tussen Al-Azraq en de christelijke machthebbers bleef gespannen. In de jaren daarna ontstonden opstanden tegen de groeiende feodale macht. De bergachtige omgeving van de Vall de Seta en aangrenzende valleien speelde daarbij een belangrijke rol. Het terrein bood uitstekende mogelijkheden om zich terug te trekken en maakte militaire controle moeilijker dan in vlakke kustgebieden.

In 1249 wordt Tollos opnieuw expliciet genoemd. Jaume I wees toen grond toe aan acht kolonisten in de alquería de Tollos o de Seta. Deze vermelding is bijzonder belangrijk omdat ze niet alleen de naam van de plaats bevestigt, maar Tollos ook direct verbindt met de veranderingen in grondbezit die op de christelijke verovering volgden. In 1258 bevestigde Jaume I bovendien een schenking van land bij Tollos, tussen Serrella en Fontanara, binnen het gebied van het kasteel van Xeroles.

De bestaande islamitische bevolking verdween daarmee niet onmiddellijk. Veel moslims bleven onder christelijk gezag in de bergdorpen wonen. Zij werden mudéjares genoemd: moslims die onder christelijk bestuur leefden en aanvankelijk hun geloof en een deel van hun eigen gebruiken mochten behouden. Voor de nieuwe machthebbers was hun aanwezigheid economisch belangrijk, omdat zij het land bewerkten en precies wisten hoe landbouw in deze moeilijke omgeving georganiseerd moest worden.

Heren van de Vall de Seta

Na de christelijke verovering werd Tollos opgenomen in een feodale wereld van koninklijke rechten, adellijke bezittingen en heerlijkheden. De Vall de Seta werd in 1257 als een koninklijke aljama genoemd. Een aljama was in deze context een georganiseerde islamitische gemeenschap onder christelijk gezag, met eigen vertegenwoordigers en bepaalde gemeenschappelijke verplichtingen, waaronder belastingen.

In 1270 schonk Jaume I het kasteel van Seta en Xeroles met de bijbehorende alquerías aan Bella d'Amici en haar zoon Roger de Llúria. Roger de Llúria, in het Spaans vaak Roger de Lauria genoemd, was een van de beroemdste admiraals van de Kroon van Aragón. In 1280 wordt hij expliciet genoemd als heer van Seta en Travadell. Tollos maakte via de Vall de Seta deel uit van deze grotere heerlijkheid.

De bezitsverhoudingen veranderden in de veertiende en vijftiende eeuw herhaaldelijk. Rechten kwamen onder meer terecht bij nakomelingen van de familie Llúria, de graven van Terranova, de Kroon van Aragón en verschillende edelen die grond of rechtsmacht ontvingen, verkochten of opnieuw aan de kroon moesten afstaan. Voor gewone bewoners betekenden zulke wisselingen niet dat hun dagelijkse leven telkens volledig veranderde. Zij bleven afhankelijk van landbouw, water, veeteelt en het betalen van verplichtingen aan de heer die op dat moment rechten over de vallei bezat.

In de vijftiende eeuw wordt de plaats in documenten als Tollo vermeld. Tegen het einde van de vijftiende en in de zestiende eeuw kwamen de Vall de Seta en Tollos onder de invloed van families die later verbonden waren met de markiezen van Guadalest. In 1500 worden Alfons de Cardona en Isabel de Lihori i Cardona als bezitters van onder meer de kastelen en plaatsen van de Vall de Seta genoemd. Aan het einde van de zestiende eeuw bezat Francisco Folch de Cardona rechten over Seta en Travadell.

Daarmee kwam Tollos terecht in een señorío, een heerlijkheid waarin een adellijke heer bestuurlijke en economische rechten bezat. De gemeentelijke geschiedenis van Tollos vat deze eeuwen samen door erop te wijzen dat de plaats achtereenvolgens deel uitmaakte van de domeinen van de markiezen van Guadalest en later de markiezen van Ariza. Achter die korte formulering schuilt een ingewikkelde geschiedenis van erfenissen, adellijke huwelijken en overdrachten van feodale rechten.

Moriscos in Tollos

In de loop van de zestiende eeuw verslechterde de positie van de islamitische bevolking sterk. Moslims werden uiteindelijk gedwongen zich tot het christendom te bekeren. Zij en hun nakomelingen werden daarna Moriscos genoemd: officieel christelijke inwoners met een islamitische familieachtergrond. In veel bergdorpen van het huidige Alicante bleven Morisco-gemeenschappen een groot deel of zelfs vrijwel de volledige bevolking vormen.

Ook Tollos was sterk Morisco. Daarnaast lagen binnen het huidige gemeentelijke grondgebied kleinere agrarische nederzettingen. Een belangrijk voorbeeld is Capaimona, tegenwoordig bekend door de Masos de Capaimona. De gemeente Tollos beschrijft Capaimona als een oude Morisco-alquería waar kort vóór de uitwijzing dertien families woonden. Andere historische tellingen noemen afhankelijk van het gebruikte jaar afwijkende aantallen. Dat verschil is niet ongebruikelijk: oude belastingregisters, kerkelijke bronnen en juridische documenten gebruikten verschillende definities van een huishouden en zijn niet altijd volledig met elkaar te vergelijken.

Ook het Rafalet van Tollos komt in historische documenten voor. Rafal en rafalet zijn plaatsnamen die in het Valenciaanse gebied vaak teruggaan op kleine landelijke eigendommen of gehuchten uit de islamitische periode. Zulke verspreide woonplaatsen tonen dat de bevolking van het huidige grondgebied niet uitsluitend in de compacte kern van Tollos woonde. Families leefden ook dichter bij hun landbouwgrond, bronnen en veeteeltgebieden.

De Morisco-bevolking hield het agrarische landschap in stand. Terrassen moesten voortdurend worden onderhouden en waterpunten konden alleen functioneren als de gemeenschap afspraken maakte over gebruik en onderhoud. De landbouwkennis die hier in de loop van generaties was opgebouwd, zou in 1609 plotseling grotendeels verdwijnen.

De uitwijzing van 1609

Het belangrijkste breekpunt in de geschiedenis van Tollos kwam in 1609. Koning Filips III besloot dat de Moriscos uit Spanje moesten worden verdreven. Vooral het koninkrijk Valencia werd zwaar getroffen, omdat de Morisco-bevolking daar in veel landelijke heerlijkheden zeer talrijk was. Voor de Vall de Seta was het besluit desastreus.

De Moriscos van Tollos moesten hun woningen en landbouwgrond verlaten. Zij werden, net als duizenden andere inwoners uit het Valenciaanse binnenland, naar verzamelplaatsen en havens gebracht om uit Spanje te worden verscheept. In de omliggende berggebieden ontstond verzet tegen de uitwijzing. De moeilijk toegankelijke valleien en bergen vormden tijdelijke toevluchtsoorden voor Moriscos die zich niet zonder meer bij hun gedwongen vertrek neerlegden.

Voor Tollos betekende de uitwijzing een vrijwel volledige demografische instorting. Een in historisch onderzoek geciteerde uitspraak van de Real Audiencia uit 1611 vermeldt dat Tollos vóór de ontvolking 22 huizen telde en dat er kort daarna nog maar twee bewoonde huizen over waren. Voor Capaimona worden in datzelfde document negentien huizen vóór de ontvolking genoemd en geen bewoonde huizen erna. De precieze aantallen verschillen enigszins van andere tellingen, maar alle bronnen wijzen in dezelfde richting: het bevolkingsverlies was enorm.

De gevolgen beperkten zich niet tot lege woningen. Akkerterrassen werden niet langer onderhouden, oogsten vielen weg en heren verloren de pachters die hun inkomsten genereerden. De eeuwenoude kennis van bronnen, hellingen en landbouwgrond verdween deels met de uitgewezen bevolking. Voor een klein dorp in een moeilijk landschap was zo'n breuk veel ingrijpender dan voor een grotere plaats die gemakkelijker nieuwe inwoners kon aantrekken.

De oude Masos de Capaimona zijn daarom meer dan alleen landelijk erfgoed. Zij herinneren aan een verdwenen gemeenschap en aan een gebeurtenis die de geschiedenis van Tollos voorgoed veranderde. De gebouwen die later op deze locatie werden gebruikt, met woonruimten, stallen, watervoorzieningen en agrarische functies, weerspiegelen tegelijkertijd hoe de plek in latere eeuwen opnieuw voor landbouw en veeteelt werd benut.

Herbevolking vanaf 1611

Na de uitwijzing moesten de heren van de Vall de Seta nieuwe bewoners zien te vinden. Zonder boeren leverden hun bezittingen nauwelijks inkomsten op. Op 19 april 1611 vaardigde Sancho Roís de Liori Folch de Borja i Cardona, markies van Guadalest, daarom een nieuwe carta de poblament uit voor verschillende plaatsen in de Vall de Seta, waaronder Tollos. Een carta de poblament, ook vaak carta puebla genoemd, was een vestigingsakte waarin werd vastgelegd onder welke voorwaarden nieuwe bewoners grond en woningen mochten gebruiken.

De herbevolking van Tollos verliep moeizaam. Nieuwe christelijke families kregen toegang tot verlaten huizen en landbouwgronden, maar moesten tegelijkertijd pacht, belastingen of een deel van hun landbouwopbrengst aan de heer afstaan. Het was bovendien geen aantrekkelijk gebied voor grootschalige kolonisatie: de beschikbare landbouwgrond was beperkt en het leven in de bergen was zwaar.

De eerste groep nieuwe bewoners had een gemengde herkomst. Onderzoek naar de bevolkingsregisters van 1611 noemt in Tollos familienamen als Calbo, Estalrich, Fluixà, Gibert, Llas, Llorenç, Malonda, Mas, Monjo, Olsina, Ordunya, Pla en Taraçona. Dat betekent niet dat al deze families langdurig in het dorp bleven. De eerste tientallen jaren na de uitwijzing was de bevolking zeer beweeglijk en wisselden bewoners regelmatig van plaats.

Een bijzonder hoofdstuk is de komst van mensen uit Mallorca. In verschillende dorpen van Alicante werden de door de Moriscos verlaten gebieden in de zeventiende eeuw mede herbevolkt door Mallorcaanse families. Voor de Vall de Seta was deze invloed uiteindelijk opvallend sterk. In Tollos toont onderzoek dat in 1660 de geregistreerde gezinshoofden familienamen droegen die als van Mallorcaanse oorsprong worden beschouwd, waaronder Alòs, Benimelis, Nadal en Pasqual.

Deze ontwikkeling wordt in historisch onderzoek wel de mallorquinització van delen van het Valenciaanse zuiden genoemd. Voor Tollos betekende het dat binnen enkele generaties een gemeenschap ontstond die genealogisch en cultureel sterk verschilde van de Morisco-bevolking die er vóór 1609 woonde. De nieuwe bewoners namen echter hetzelfde landschap over. De akkers, terrassen, paden en bronnen zorgden daardoor voor een zekere continuïteit, zelfs terwijl de bevolking volledig veranderde.

Kerk en agrarisch bestaan

Landbouwterrassen en historische dorpsomgeving van TollosNa de herbevolking bleef Tollos eeuwenlang vooral een agrarische gemeenschap. Olijven, amandelen, graan en andere gewassen die tegen relatief droge omstandigheden konden, vormden belangrijke onderdelen van het bestaan. Ook veeteelt speelde een rol. Door het gebrek aan grote vlakke oppervlakten bestond landbouw voornamelijk uit kleine percelen en terrassen die met veel handarbeid werden onderhouden.

De economie draaide daardoor om overleven en een zorgvuldig gebruik van beschikbare grond. Een slechte oogst, langdurige droogte of strenge winter kon voor een kleine gemeenschap grote gevolgen hebben. Families waren afhankelijk van elkaar voor arbeid en ondersteuning. Die onderlinge verbondenheid verklaart mede waarom kerkelijke feesten, familierelaties en gemeenschappelijke gebruiken zo'n centrale plaats kregen in het dorpsleven.

De belangrijkste kerk van Tollos is gewijd aan San Antonio de Padua, Sint-Antonius van Padua. In het oorspronkelijke artikel werd San Antonio Abad genoemd, maar de officiële informatie van de gemeente en historische kerkelijke bronnen bevestigen dat het om San Antonio de Padua gaat. Ook de huidige patroonfeesten zijn aan San Antonio de Padua en de Virgen del Rosario, de Maagd van de Rozenkrans, verbonden.

Volgens de gemeente is de kerk gebouwd op oudere islamitische resten. Dat sluit aan bij een patroon dat na de christelijke verovering vaker voorkwam, waarbij religieuze gebouwen op of nabij eerdere islamitische structuren werden opgericht. De kerktoren is sindsdien een van de meest herkenbare elementen van de dorpskern geworden.

De kerkelijke afhankelijkheid van Tollos veranderde in de loop van de tijd. Midden negentiende eeuw beschreef Pascual Madoz de kerk van San Antonio de Padua als een dependance van de parochie van Facheca. Uit twintigste-eeuwse kerkelijke documentatie blijkt vervolgens dat Tollos onder de parochie van Benimassot viel. Hierdoor is het niet juist om één kerkelijke afhankelijkheid zonder tijdsaanduiding voor de hele geschiedenis te gebruiken.

Religieuze feesten waren tegelijkertijd sociale gebeurtenissen. In een dorp waar mensen verspreid over boerderijen en landbouwgrond werkten, zorgden processies en feestdagen ervoor dat families en buren elkaar ontmoetten. Deze traditie werd later nog belangrijker toen veel inwoners buiten Tollos gingen wonen en voor de dorpsfeesten terugkeerden.

Groei in de achttiende eeuw

Het herstel na 1609 verliep langzaam. Tollos bleef in de eerste helft van de achttiende eeuw klein. Toch nam de bevolking in de loop van de eeuw weer toe. De Valenciaanse natuuronderzoeker Antonio José Cavanilles bezocht de streek aan het einde van de achttiende eeuw en beschreef Tollos als een gemeenschap van ongeveer veertig families. Daarmee was het dorp nog altijd klein, maar duidelijk hersteld ten opzichte van de vrijwel volledige ontvolking die op de uitwijzing van de Moriscos was gevolgd.

Cavanilles beschreef de dorpen van de Vall de Seta als arme landbouwgemeenschappen waar de mogelijkheden beperkt waren. Voor Tollos was het berglandschap daarbij doorslaggevend. Zelfs wanneer de bevolking toenam, kon het areaal bruikbare landbouwgrond niet onbeperkt meegroeien. Een gezin kon alleen bestaan door meerdere bronnen van inkomsten te combineren: landbouw, veeteelt, seizoenswerk en soms handel met omliggende plaatsen.

De feodale verhoudingen bleven eveneens van belang. In de achttiende eeuw kwam Tollos onder de markiezen van Ariza te vallen. In 1752 wordt Joaquín Antonio Palafox Folch de Cardona y Centurión, markies van Ariza en Guadalest, genoemd als heer van een groot aantal plaatsen, waaronder Tollos. Nog in 1804 werd Tollos als heerlijkheid van de markies van Ariza geregistreerd.

Voor inwoners betekende dit dat de oude feodale structuur pas in de negentiende eeuw definitief haar juridische betekenis verloor. Tot die tijd bestond het dagelijkse leven uit een combinatie van lokale gebruiken, kerkelijke structuren, heerlijkheidsrechten en regels van de Spaanse monarchie.

Tollos in de negentiende eeuw

De negentiende eeuw bracht ingrijpende politieke veranderingen in Spanje. De Napoleontische oorlogen, de strijd tussen liberalen en absolutisten, de Carlistenoorlogen en de geleidelijke afschaffing van feodale rechten veranderden ook het bestuurlijke kader waarin Tollos bestond. Er zijn geen betrouwbare aanwijzingen dat in Tollos zelf grote veldslagen plaatsvonden. De betekenis van deze eeuw ligt voor het dorp vooral in de overgang van een feodale heerlijkheid naar een gemeente binnen de moderne Spaanse staat.

Het gemeentearchief van Tollos bewaart documenten die teruggaan tot 1820. Daarmee is een deel van de moderne bestuurlijke geschiedenis van het dorp rechtstreeks in lokale archiefstukken terug te vinden. Verkiezingen, gemeentelijke besluiten, landbouwzaken, belastinginning en later ook dossiers van het lokale vredegerecht en landbouworganisaties vormen samen een schriftelijk geheugen van een gemeenschap die daarvoor vooral via kerkelijke en heerlijkheidsadministratie werd vastgelegd.

Een bijzonder gedetailleerd beeld van Tollos in het midden van de negentiende eeuw komt uit het geografisch-statistische woordenboek van Pascual Madoz. Hij beschreef ongeveer zestig huizen, een kerk gewijd aan San Antonio de Padua, een kerkhof buiten de bebouwde kern en een bron waarvan inwoners hun water haalden. Tot het gemeentelijke gebied behoorden ook Capaimona en het gehucht Rafalet.

De wegen waren volgens Madoz vooral muilezelpaden richting onder andere Dénia en Alcoy en verkeer bleef moeilijk. Het land was voor een groot deel droge landbouwgrond van beperkte kwaliteit. Er werden onder andere tarwe, maïs, olijven en gerst geproduceerd en er werden schapen en geiten gehouden. Landbouw was vrijwel de volledige lokale economie. Deze beschrijving maakt duidelijk dat Tollos ondanks alle politieke veranderingen nog altijd sterk leek op het agrarische bergdorp uit eerdere eeuwen.

Ook Capaimona bestond toen nog als afzonderlijke agrarische plek. Madoz beschreef er slechts enkele gebouwen voor landbouwdoeleinden en een vervallen kapel die aan San Luis Beltrán was gewijd. Daarmee bleef een nederzetting die vóór 1609 een Morisco-gemeenschap had gehuisvest nog eeuwenlang onderdeel van de economie van Tollos, zij het in sterk verkleinde vorm.

De officiële Spaanse volkstelling van 1842 registreerde voor Tollos 253 inwoners volgens het toen gebruikte begrip población de derecho, de wettelijk aan de gemeente toegeschreven bevolking. In 1857 werden 326 feitelijk aanwezige inwoners geregistreerd en in 1860 zelfs 354. Daarmee bereikte Tollos in de negentiende eeuw bevolkingsaantallen die tegenwoordig bijna onvoorstelbaar lijken.

De industrialisatie die nabijgelegen Alcoy ingrijpend veranderde, bereikte Tollos zelf nauwelijks. Alcoy ontwikkelde fabrieken voor onder andere textiel en papier, maar in Tollos bleef landbouw veruit de belangrijkste activiteit. Toch bood de groei van Alcoy voor bewoners uit de omringende bergdorpen nieuwe mogelijkheden voor handel en later ook werk. Daarmee ontstond langzaam een alternatief voor het eeuwenoude bestaan op kleine landbouwpercelen.

Van landbouw naar emigratie

Aan het begin van de twintigste eeuw was Tollos nog aanzienlijk groter dan tegenwoordig. De volkstelling van 1900 registreerde 210 feitelijk aanwezige inwoners en 213 inwoners volgens de juridische bevolkingsdefinitie van die tijd. Het dorp had tientallen permanent bewoonde huizen en de omliggende terrassen werden veel intensiever gebruikt dan nu.

Het dagelijks leven bleef zwaar. Landbouw leverde maar beperkte inkomsten op en de mogelijkheden voor jongeren waren gering. Voor medische zorg, handel en steeds meer administratieve zaken waren bewoners afhankelijk van grotere plaatsen. Alcoy vormde door zijn industrie een belangrijke economische trekker, terwijl ook andere steden en later de kust nieuwe kansen boden.

Een klein maar veelzeggend detail uit het gemeentearchief dateert uit 1903. Daarin bevindt zich een dossier over de sluiting van een lokale almazara, een olijfmolen of oliepers, nadat een opgelegde boete niet was nageleefd. Zo'n document laat zien hoe belangrijk olijventeelt en de verwerking van olijven voor de plaatselijke economie waren. Het toont bovendien dat Tollos ondanks zijn kleine omvang een georganiseerd agrarisch bedrijfsleven had.

In de eerste decennia van de twintigste eeuw schommelde het inwonertal. Volgens de historische tellingen van het Spaanse statistiekbureau waren er 178 feitelijk aanwezige inwoners in 1910, 208 in 1920, 206 in 1930 en 198 in 1940. Deze cijfers tonen dat de grote demografische instorting pas later zou komen.

Burgeroorlog en naoorlogse jaren

De Spaanse Burgeroorlog van 1936 tot 1939 vormde ook voor inwoners van kleine dorpen als Tollos een periode van onzekerheid. De provincie Alicante bleef het grootste deel van de oorlog onder controle van de Republiek en werd pas helemaal aan het einde van het conflict door de troepen van Franco ingenomen. Over concrete gebeurtenissen in Tollos zelf is in gemakkelijk toegankelijke historische bronnen echter weinig gedetailleerde informatie beschikbaar. Daarom zou het onjuist zijn om het dorp een rol in grote militaire gebeurtenissen toe te schrijven zonder aanvullende lokale documentatie.

Wel maakte Tollos na 1939 deel uit van hetzelfde naoorlogse Spanje als de rest van de regio: een samenleving onder de dictatuur van Francisco Franco, met economische schaarste en weinig kansen op het platteland. Vooral voor kleine landbouwgemeenschappen was het moeilijk om voldoende inkomen te verdienen. Het verschil tussen het traditionele agrarische bestaan in Tollos en de mogelijkheden in industriesteden werd steeds groter.

In 1950 telde Tollos volgens de volkstelling 193 wettelijk geregistreerde inwoners. Dat was nog altijd een omvangrijke gemeenschap vergeleken met de huidige situatie. Toch stond het dorp aan de vooravond van een demografische verandering die de historische dorpsstructuur ingrijpender zou veranderen dan vrijwel iedere ontwikkeling sinds de zeventiende eeuw.

Historische huizen in Tollos tijdens de periode van plattelandsleegloopVanaf de jaren vijftig en vooral in de jaren zestig en zeventig verlieten steeds meer inwoners het dorp. De gemeente Tollos wijst zelf naar deze emigratie als de belangrijkste verklaring voor het zeer lage inwonertal van de moderne tijd. De ontwikkeling past in de brede Spaanse plattelandsvlucht van die periode, waarbij jongeren uit landbouwgebieden vertrokken naar industriële centra, grote steden en kustplaatsen.

Voor Tollos waren Alcoy en andere steden in de regio logische bestemmingen. Tegelijkertijd groeide langs de kust van Alicante de bouw- en toerismesector snel. Een jongere kon daar meestal gemakkelijker een loon verdienen dan met een klein landbouwperceel in de Vall de Seta. Ook emigratie naar andere delen van Spanje en naar Europese landen als Frankrijk, Duitsland en Zwitserland kwam in deze periode veel voor onder inwoners van landelijke Spaanse gebieden.

De grote ontvolking

De officiële cijfers tonen hoe snel Tollos veranderde. In 1960 waren nog 178 inwoners wettelijk aan de gemeente toegeschreven. In 1970 waren dat er 113. In 1981 bleven er 49 over en in 1991 nog 42. Binnen ongeveer twintig jaar verloor Tollos daarmee een zeer groot deel van zijn permanente bevolking.

Deze cijfers vertellen maar een deel van het verhaal. Wanneer gezinnen vertrokken, verdwenen ook dagelijkse functies uit het dorp. Kinderen waren er steeds minder, winkels verloren klanten en landbouwpercelen werden minder intensief gebruikt. Sommige woningen werden nog als familiehuis aangehouden en in vakanties of tijdens feestdagen gebruikt, maar stonden een groot deel van het jaar leeg.

De landbouw veranderde eveneens. Terrassen die eeuwenlang met de hand waren onderhouden, raakten op sommige plaatsen buiten gebruik. De economische waarde van kleine, moeilijk bereikbare percelen nam af terwijl lonen in industrie en dienstverlening stegen. Olijfbomen en amandelbomen bleven belangrijk voor het landschap, maar landbouw kon steeds minder gezinnen volledig onderhouden.

De plattelandsvlucht maakte Tollos uiteindelijk tot een van de kleinste gemeenten van Alicante en van Spanje. Toch verdween het dorp niet. Families die elders woonden bleven terugkomen, vooral tijdens feesten en familiegelegenheden. Hierdoor ontstond een verschil tussen de officiële permanente bevolking en de veel grotere groep mensen die zich nog altijd met Tollos verbonden voelde.

Tollos in de moderne tijd

De bevolkingsafname zette aan het einde van de twintigste en het begin van de eenentwintigste eeuw door, al schommelde het aantal inwoners van jaar tot jaar. De volkstelling registreerde 41 inwoners in 2001, 44 in 2011 en 39 in 2021. Andere jaarlijkse bevolkingsregisters kunnen iets andere aantallen geven, omdat tellingen verschillende peildata en definities gebruiken. Duidelijk is vooral dat Tollos structureel tot de dunst bevolkte gemeenten van de provincie Alicante is gaan behoren.

In deze periode veranderde ook de betekenis van het dorp. De landbouw bleef onderdeel van Tollos, maar was niet meer de enige basis voor het bestaan van de inwoners. Diensten, werk buiten de gemeente, pensioeninkomens en bewoners met een andere achtergrond werden belangrijker. Tegelijkertijd kregen oude huizen en het landelijke erfgoed meer aandacht.

De hernieuwde belangstelling voor het binnenland moet daarbij niet worden verward met een grote toeristische ontwikkeling. Tollos werd geen toeristische plaats zoals de gemeenten aan de Costa Blanca. Het ging eerder om een voorzichtige herwaardering van kleinschaligheid, natuur, wandelmogelijkheden en historische architectuur. Oude woningen werden opgeknapt en sommige mensen kozen opnieuw bewust voor een verblijf in een zeer kleine berggemeenschap.

Ook de jaarlijkse feesten kregen in deze context een extra historische betekenis. Zij brengen niet alleen de huidige bewoners samen, maar ook families waarvan eerdere generaties Tollos in de twintigste eeuw verlieten. Tijdens deze momenten wordt zichtbaar dat de gemeenschap groter is dan het aantal mensen dat permanent in het bevolkingsregister staat.

Voor Nederlanders en Belgen die tegenwoordig belangstelling hebben voor wonen of een huis in Tollos is juist die historische achtergrond belangrijk. Het zeer kleine inwonertal is niet het gevolg van het feit dat Tollos altijd uit slechts enkele tientallen mensen bestond, maar van een langdurige economische en demografische ontwikkeling. Praktische informatie over het huidige dorp hoort daarom primair thuis op de pagina informatie over Tollos en niet op deze historische hoofdpagina.

Historisch erfgoed van Tollos

De geschiedenis van Tollos is tegenwoordig op verschillende plaatsen nog letterlijk in het landschap te zien. De Coves Roges vormen de oudste laag. Hun prehistorische rotsschilderingen verbinden het huidige gemeentelijke grondgebied met de eerste landbouwgemeenschappen in het oosten van het Iberisch Schiereiland. Zij maken duidelijk dat mensen deze afgelegen bergen al duizenden jaren vóór het ontstaan van Tollos gebruikten.

De Masos de Capaimona vertellen een ander verhaal. Deze landelijke bebouwing verwijst naar de Morisco-bevolking vóór 1609 en naar eeuwen van zelfvoorzienende landbouw daarna. De gemeente beschouwt de plek als belangrijk lokaal erfgoed. De traditionele structuren met woonruimte, corrals voor dieren, watervoorzieningen en agrarische functies tonen hoe bewoners ver van grotere plaatsen een grotendeels zelfstandig bestaan probeerden te onderhouden.

De kerk van San Antonio de Padua vormt het belangrijkste historische gebouw in de dorpskern. Dat zij volgens de gemeentelijke erfgoedinformatie op islamitische resten is gebouwd, maakt de plek symbolisch voor de overgang van islamitisch naar christelijk Tollos. De latere kerktoren, religieuze gebruiken en patroonfeesten voegden daar nieuwe historische lagen aan toe.

Ook minder opvallende elementen zijn van belang. De terrassen rond Tollos, oude paden tussen de Vall de Seta en omliggende valleien, bronnen en droge stenen muren vertellen samen het verhaal van eeuwen landbouw. Zonder die structuren zou permanente bewoning op deze hoogte aanzienlijk moeilijker zijn geweest.

De historische waarde van het landschap verklaart waarom natuur en geschiedenis rond Tollos regelmatig in elkaar overlopen. Op deze pagina blijven die landschapselementen onderdeel van het historische verhaal. Wie vooral op zoek is naar routes, plekken om te bezoeken en andere actuele mogelijkheden kan daarvoor de afzonderlijke pagina wat te doen in Tollos gebruiken.

Tollos binnen El Comtat

Tollos kan historisch niet los worden gezien van de Vall de Seta en El Comtat. De middeleeuwse documenten verbinden Tollos rechtstreeks met de alquerías en kastelen van deze vallei. De geschiedenis van Facheca, Famorca, Benimassot, Balones en Quatretondeta vertoont daardoor op verschillende momenten sterke overeenkomsten met die van Tollos.

De dorpen deelden niet alleen een landschap, maar ook dezelfde politieke veranderingen. Ze kregen te maken met de christelijke expansie in de dertiende eeuw, bleven eeuwenlang voor een groot deel door moslims en later Moriscos bewoond, verloren in 1609 een groot deel van hun bevolking en moesten vervolgens nieuwe bewoners aantrekken. In meerdere plaatsen speelde de migratie vanuit Mallorca daarbij een opvallende rol.

Ook economisch waren de gemeenschappen met elkaar verbonden. De afzonderlijke dorpen waren te klein om volledig onafhankelijk te functioneren. Bewoners bezochten markten en kerken in andere plaatsen, trouwden met inwoners van naburige dorpen en gebruikten dezelfde bergpaden voor vee en goederen. Grotere centra als Cocentaina en later het industriële Alcoy speelden daardoor steeds een belangrijke rol voor de kleine gemeenschappen van El Comtat.

Wie de historische samenhang verder wil ontdekken, kan ook de informatie over Famorca, Cocentaina en Alcoy bekijken. Vooral Famorca en Facheca deelden eeuwenlang veel van dezelfde bestuurlijke en demografische ontwikkelingen als Tollos.

Een geschiedenis van veerkracht

De geschiedenis van Tollos is uiteindelijk vooral een verhaal van aanpassing. De eerste bewoners gebruikten rotsschuilplaatsen en lieten prehistorische schilderingen achter. In de islamitische tijd ontstond een kleine agrarische gemeenschap in de Vall de Seta. In de dertiende eeuw werd Tollos onderdeel van de nieuwe feodale wereld van de Kroon van Aragón, terwijl de islamitische bevolking er nog eeuwen bleef wonen.

De uitwijzing van de Moriscos in 1609 bracht een van de zwaarste breuken uit de geschiedenis van Tollos. Vrijwel de gehele oude gemeenschap verdween en landbouwgronden kwamen leeg te liggen. Vanaf 1611 begonnen nieuwe bewoners opnieuw, aanvankelijk vanuit verschillende delen van het Valenciaanse gebied en vervolgens in toenemende mate met families van Mallorcaanse oorsprong.

In de achttiende en negentiende eeuw groeide Tollos weer uit tot een kleine maar stabiele landbouwgemeenschap. De bevolking bereikte in de negentiende eeuw aantallen van enkele honderden inwoners. Kerk, landbouw, veeteelt en familiebanden bepaalden het dagelijkse leven, terwijl contacten met plaatsen als Alcoy langzaam belangrijker werden.

Pas in de tweede helft van de twintigste eeuw veranderde het dorp opnieuw ingrijpend. De overgang van een agrarische samenleving naar een economie waarin industrie, bouw, toerisme en dienstverlening elders veel meer werk boden, leidde tot massaal vertrek. Het Tollos van enkele honderden inwoners werd binnen enkele decennia een gemeente van slechts enkele tientallen mensen.

Toch bleef de historische identiteit bestaan. De kerk, Coves Roges, Masos de Capaimona, oude huizen, landbouwterrassen en familiefeesten vormen nog altijd verbindingen tussen het huidige Tollos en de generaties die hier eerder leefden. De stilte die bezoekers tegenwoordig ervaren is daardoor geen tijdloos gegeven. Zij is voor een belangrijk deel het resultaat van de grote bevolkingsverschuivingen van de afgelopen anderhalve eeuw.

Juist dat maakt de geschiedenis van Tollos zo bijzonder. Achter een van de kleinste gemeenten van Alicante gaat een verhaal schuil dat begint bij prehistorische rotskunst en via Al-Andalus, Al-Azraq, de Kroon van Aragón, Moriscos, Mallorcaanse herbevolkers en eeuwen landbouw uiteindelijk uitkomt bij de plattelandsleegloop van de moderne tijd. Tollos laat daarmee op zeer kleine schaal zien hoe sterk politieke macht, migratie, landschap en economische verandering de dorpen van het binnenland van Alicante hebben gevormd.

Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 3 september 2026.