Drie dorpen, één geschiedenis
Wie vandaag door Els Poblets wandelt, merkt misschien niet meteen hoe oud en gelaagd deze kleine kustgemeente is. De rustige straten, lage huizen en woonwijken tussen de citrusvelden wekken de indruk van een dorp dat altijd ongeveer zo is geweest. Onder dat kalme oppervlak ligt echter een geschiedenis die teruggaat tot de Romeinse tijd en die later werd gevormd door islamitische landbouwgemeenschappen, christelijke veroveraars, adellijke families, vissers, boeren en nieuwe bewoners uit andere Europese landen.
De geschiedenis van Els Poblets is geen rechtlijnig verhaal van één oude kern die langzaam groter werd. De huidige gemeente ontstond uit Setla, Mira-rosa en Miraflor, drie kleine nederzettingen die eeuwenlang een eigen identiteit en bestuurlijke ontwikkeling hadden. Pas in de twintigste eeuw werden zij definitief samengebracht. De naam Els Poblets, letterlijk de kleine dorpen, vat die oorsprong treffend samen.
Wie goed kijkt, kan die samengestelde geschiedenis nog altijd herkennen. Els Poblets heeft niet één monumentaal historisch centrum rond een groot plein. Oudere straten, kerken en historische gebouwen liggen verspreid over de verschillende voormalige kernen. Daartussen ontstonden in de loop van de tijd nieuwe woonstraten, voorzieningen en buurten richting de kust.
Ook het landschap vertelt het verhaal van de gemeente. De rivier de Girona, de vruchtbare kustvlakte en de nabijheid van de Middellandse Zee maakten deze omgeving aantrekkelijk voor landbouw, productie en handel. Romeinse pottenbakkers gebruikten de grond en de handelsroutes, islamitische bewoners legden kleine boerennederzettingen aan en latere generaties leefden van druiven, amandelen, olijven, citrusfruit en de visserij langs l’Almadrava.
Romeinse bedrijvigheid aan zee
De oudste duidelijk zichtbare geschiedenis van Els Poblets ligt aan de kust bij l’Almadrava. Daar bevindt zich een Romeinse archeologische vindplaats met resten uit ongeveer de eerste tot en met de vijfde eeuw na Christus. Het gebied lag langs de route van de Via Augusta, de belangrijkste Romeinse landverbinding langs de oostelijke kust van het Iberisch Schiereiland.
Deze lange weg verbond nederzettingen en productiegebieden langs de Middellandse Zee. Vanuit de omgeving van Els Poblets konden producten worden vervoerd richting onder meer Dianium, het huidige Dénia, Saetabis, het huidige Xàtiva, en Valentia, het huidige Valencia. De kust en mogelijke aanlegplaatsen voor schepen maakten daarnaast vervoer over zee mogelijk.
De opgegraven zone wordt vaak aangeduid als onderdeel van een Romeinse villa aan zee. Het woord villa betekende in de Romeinse wereld niet alleen een luxe woonhuis, maar kon verwijzen naar een groot landbouwbedrijf met woningen, werkplaatsen en productieruimten. Bij l’Almadrava lag het zwaartepunt van het zichtbare complex vooral op ambachtelijke productie.
Archeologen vonden er resten van een omvangrijke pottenbakkerij. Er waren opslagplaatsen voor klei, waterputten, werkruimten, overdekte plaatsen waar aardewerk kon drogen en verschillende ovens waarin het werd gebakken. Ook zijn delen gevonden die bij het woongebouw van de eigenaar hoorden, waaronder resten van Romeinse badruimten.
De pottenbakkers maakten onder meer tegulae, platte Romeinse dakpannen, en grote hoeveelheden amforen. Een amfoor was een aardewerken transportkruik met twee handvatten. Zulke kruiken werden gebruikt voor het vervoer van wijn, olie, gezouten vis en andere producten.
De productie van amforen wijst erop dat in de omgeving landbouwproducten werden verwerkt en verhandeld. Vooral wijnbouw speelde waarschijnlijk een belangrijke rol. De kruiken werden gevuld, naar een haven of aanlegplaats gebracht en vervolgens over land of zee naar andere delen van het Romeinse rijk vervoerd.
De vindplaats maakt duidelijk dat Els Poblets bijna tweeduizend jaar geleden geen afgezonderde plek was. De bewoners en bedrijven stonden in verbinding met een veel groter economisch netwerk. De vruchtbare grond, de Via Augusta en de nabijheid van zee maakten de kuststrook aantrekkelijk voor productie en handel.
Almadrava gaf de kust naam
De naam l’Almadrava verwijst naar een oude manier van vissen. Een almadrava was een ingenieus stelsel van netten waarmee tonijnen en andere trekvissen naar ondiep water werden geleid. De vorm van de kust en de aanwezige rotsen hielpen vissers om de scholen vis op te vangen en de dieren gemakkelijker binnen te halen.
Deze visserij was eeuwenlang een belangrijke economische activiteit langs delen van de Spaanse Middellandse Zeekust. Niet alleen de vangst zelf leverde werk op. De tonijnen moesten aan land worden gebracht, schoongemaakt, gezouten, verwerkt en vervoerd. Daardoor ontstond rond de visserij een hele keten van werkzaamheden.
Een opvallend moment uit de geschiedenis was het bezoek van koning Filips III en zijn echtgenote Margaretha van Oostenrijk. Tijdens de festiviteiten rond hun huwelijk bezochten zij de plaatselijke tonijnvangst en bekeken zij hoe de gevangen vissen werden verwerkt. Dat bezoek laat zien dat de almadrava van deze kust destijds genoeg aanzien had om koninklijke belangstelling te trekken.
De visserijtechniek verdween uiteindelijk uit het dagelijkse leven van Els Poblets, maar de naam bleef bestaan. Tegenwoordig wordt l’Almadrava vooral geassocieerd met het rustige kiezelstrand, de Romeinse vindplaats en de monding van de Girona. Toch herinnert de naam nog altijd aan de tijd waarin de zee een directe bron van inkomsten was.
Ook in de plaatselijke keuken zijn sporen van dat maritieme verleden terug te vinden. Gerechten met gezouten tonijn, visstoofpotten en andere bereidingen uit de kuststreek laten zien hoe voedseltradities verbonden bleven met de vroegere vangsten en verwerking van vis.
Drie islamitische nederzettingen
Na de Romeinse periode veranderde het gebied verschillende keren van karakter. De oorsprong van de drie historische dorpskernen wordt vooral verbonden met de islamitische tijd. In het landschap ontstonden drie kleine alqueries: Setla, Mira-rosa en Miraflor. Een alquería was een kleine landbouwgemeenschap, vaak bestaande uit enkele woningen met omliggende akkers en een systeem voor watervoorziening.
De drie nederzettingen werden gezamenlijk ook wel Els Llocs genoemd. Het Valenciaanse woord llocs betekent plaatsen. Het ging dus om de plaatsen of kleine buurtschappen die samen het bewoonde gebied vormden, maar bestuurlijk en ruimtelijk nog niet één dorp waren.
De islamitische bewoners maakten gebruik van de vruchtbare grond rond de Girona. Waterbeheer was daarbij essentieel. Via sloten, geulen en kleine irrigatiekanalen kon rivier- en bronwater over landbouwpercelen worden verdeeld. Zulke irrigatiekanalen worden in het Spaans acequias en in het Valenciaans séquies genoemd.
De huidige vorm van de landbouwvlakte is niet uitsluitend in de islamitische periode ontstaan. Toch hadden de toenmalige bewoners grote invloed op de organisatie van grond, water en kleine nederzettingen. De ligging van de drie historische kernen bleef ook na de christelijke verovering herkenbaar.
De namen veranderden door de eeuwen heen en werden in historische documenten niet altijd op dezelfde manier geschreven. Mira-rosa komt bijvoorbeeld ook voor als Binarrosa en Miraflor als Binaflor. Zulke varianten ontstonden doordat Arabische namen en lokale uitspraak in christelijke documenten werden overgenomen en aangepast.
Nieuwe heersers na de verovering
In de dertiende eeuw werden de islamitische gebieden in deze streek veroverd door de troepen van koning Jaume I. Setla, Mira-rosa en Miraflor werden opgenomen in het Koninkrijk Valencia, dat deel uitmaakte van de Kroon van Aragón. De nederzettingen kwamen binnen de invloedssfeer van het markiezaat van Dénia te liggen.
De christelijke verovering betekende niet dat de bestaande bevolking onmiddellijk volledig verdween. Veel islamitische bewoners bleven aanvankelijk in de streek wonen en landbouw bedrijven, maar moesten zich onderwerpen aan christelijke machthebbers en nieuwe belastingen. Later werden zij gedwongen zich tot het christendom te bekeren. Deze bekeerde moslims en hun nakomelingen werden moriscos genoemd.
De drie kernen kwamen in de loop van de middeleeuwen en vroegmoderne tijd onder verschillende adellijke families te vallen. Miraflor, ook Binaflor genoemd, behoorde onder meer aan de familie Perpiñán. Setla en Mira-rosa, of Binarrosa, maakten deel uit van de bezittingen van de familie Huarte. Later kwamen de drie plaatsen in handen van de Cardona’s, de heren van Ondara.
Deze heerlijke rechten betekenden dat adellijke families invloed hadden op grondbezit, belastingen, rechtspraak en het bestuur van de bewoners. De inwoners leefden en werkten op het land, maar moesten een deel van hun opbrengsten of inkomsten afstaan aan de heer van het gebied.
De drie nederzettingen vielen kerkelijk lange tijd onder El Verger. Pas in 1953 kwam er een einde aan die formele kerkelijke afhankelijkheid. De nauwe historische band tussen Els Poblets en El Verger is daarmee veel ouder dan de moderne gemeentelijke grenzen doen vermoeden.
Toren bewaakte de omgeving
De Torre de Mira-rosa is een van de belangrijkste overgebleven historische gebouwen van Els Poblets. De vierkante toren staat in de voormalige kern Mira-rosa en werd gebruikt om wegen, landbouwgrond en toegangen tot de nederzetting te bewaken.
Historische beschrijvingen noemen al in de veertiende eeuw een verdedigingstoren in het gebied. De architectonische kenmerken van de huidige Torre de Mira-rosa wijzen vooral op een bouwfase tussen het einde van de vijftiende en het begin van de zestiende eeuw. Mogelijk verving of versterkte zij een oudere verdedigingsplek.
De toren staat precies op de overgang tussen twee bouwstijlen. De vorm en een drielobbige vensteropening herinneren aan de gotiek, terwijl de schietgaten en militaire inrichting kenmerken vertonen die in de renaissance gebruikelijk werden. Het gebouw heeft een vrijwel vierkante plattegrond en was binnen in meerdere verdiepingen verdeeld.
De begane grond ligt tegenwoordig gedeeltelijk onder het huidige straatniveau. Dat komt doordat het niveau van de grond rond het gebouw in de loop van de eeuwen veranderde. Hierdoor oogt de toren lager en massiever dan zij oorspronkelijk moet hebben gedaan.
De Torre de Mira-rosa is aangewezen als beschermd cultureel erfgoed. Zij herinnert aan een tijd waarin kleine dorpen dicht bij de kust rekening moesten houden met rovers, gewapende groepen en aanvallen vanaf zee. Bewaking was noodzakelijk om bewoners tijdig te waarschuwen en waardevolle landbouwvoorraden te beschermen.
Verdrijving veranderde het dorp
Een van de ingrijpendste gebeurtenissen in de geschiedenis van de Marina Alta was de verdrijving van de moriscos in 1609. De Spaanse kroon besloot dat de afstammelingen van de islamitische bevolking het land moesten verlaten. Veel dorpen en kleine landbouwgemeenschappen verloren daardoor in korte tijd een groot deel van hun inwoners.
Ook Setla, Mira-rosa en Miraflor werden door deze maatregel getroffen. Boerderijen en akkers raakten verlaten en de lokale economie kwam onder druk te staan. Voor de adellijke grondbezitters vormde dit eveneens een probleem, omdat zonder landbouwers geen pacht en oogstopbrengsten konden worden geïnd.
Om de verlaten gronden opnieuw te laten bewerken, werden nieuwe bewoners aangetrokken. In veel delen van de Marina Alta kwamen kolonisten vanuit Mallorca en andere Balearische eilanden. De verhuizingen vonden vooral plaats in de jaren direct na de verdrijving en werden vastgelegd in zogenoemde bevolkingsbrieven.
Een bevolkingsbrief, in het Valenciaans carta pobla, was een overeenkomst tussen de plaatselijke heer en de nieuwe bewoners. Daarin stonden de voorwaarden waaronder gezinnen grond mochten gebruiken, welke belastingen zij moesten betalen en welke verplichtingen zij tegenover de heer hadden.
Familienamen als Salort, Femenia, Coll en Pons worden in de streek in verband gebracht met deze herbevolking vanuit de eilanden. Zulke achternamen vormen nog altijd een tastbare herinnering aan de grote bevolkingsverandering van het begin van de zeventiende eeuw.
De nieuwe inwoners namen de bestaande landbouwgrond en irrigatiesystemen opnieuw in gebruik. Zij bouwden verder op structuren die door eerdere generaties waren aangelegd, maar brachten ook eigen gebruiken, uitspraak en familietradities mee. Zo ontstond een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de drie dorpen.
Landbouw bepaalde het leven
Eeuwenlang draaide het dagelijkse leven in Setla, Mira-rosa en Miraflor vooral om landbouw. De grond langs de Girona was vruchtbaar, maar het succes van de oogst bleef afhankelijk van regen, irrigatie en zorgvuldig onderhoud van watergangen.
Olijfbomen, amandelbomen en druivenstokken hoorden bij het traditionele landschap. In en rond de dorpen stonden boerderijen en almazaras. Een almazara was een gebouw waar olijven werden geperst om olie te maken. Dergelijke plaatsen waren niet alleen productieruimten, maar vormden tijdens de oogst ook ontmoetingspunten voor landbouwfamilies.
Druiventeelt en de productie van rozijnen speelden in de Marina Alta lange tijd een grote economische rol. Druiven werden gedroogd op speciale droogplaatsen en daarna via Dénia naar andere landen geëxporteerd. De bloeiende rozijnenhandel bracht in de negentiende eeuw welvaart naar delen van de streek.
De druifluis, internationaal bekend als phylloxera, maakte aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw veel wijngaarden kapot. Boeren moesten op zoek naar andere gewassen. In de vochtiger en bevloeibare delen rond de Girona werd steeds vaker gekozen voor citrusfruit.
Sinaasappels kregen in de twintigste eeuw een steeds belangrijkere plaats in de lokale economie. De vruchten werden niet alleen op plaatselijke markten verkocht, maar ook geëxporteerd naar onder meer het Verenigd Koninkrijk en andere Europese landen. De boomgaarden die tegenwoordig nog tussen de bebouwing liggen, herinneren aan die ontwikkeling.
Het agrarische leven bepaalde ook het ritme van de dorpen. Snoeien, irrigeren en oogsten waren seizoensgebonden werkzaamheden waarbij families en buren elkaar nodig hadden. Kerkelijke feestdagen, markten en gezamenlijke maaltijden zorgden voor afwisseling en sociale verbondenheid.
Els Poblets ontwikkelde geen groot stedelijk centrum, omdat de bewoners verspreid over drie kleine gemeenschappen en het omliggende landbouwgebied leefden. Juist daardoor bleef de bebouwing laag en bleef het landschap lange tijd opener dan in grotere kustplaatsen.
Kerken verbonden de kernen
De kerk speelde een centrale rol in het sociale leven. In het huidige Els Poblets staan twee historische kerkgebouwen die herinneren aan de afzonderlijke dorpskernen. In Setla staat de kerk van de Diví Salvador, de Goddelijke Verlosser, en in Miraflor bevindt zich de kleinere kerk van Sant Josep, de heilige Jozef.
De kerk van de Diví Salvador is tegenwoordig de parochiekerk van de gemeente. Het gebouw heeft een traditionele klokkengevel en binnen staat de afbeelding van de beschermheilige centraal in het altaarstuk. De feestdag van de Diví Salvador op 6 augustus vormt nog altijd het hoogtepunt van de jaarlijkse dorpsfeesten.
De kerk van Sant Josep is kleiner en herinnert sterker aan de tijd waarin de verschillende kernen een eigen religieus en sociaal leven hadden. Samen vertellen de twee gebouwen hoe moeilijk het is om de geschiedenis van Els Poblets uitsluitend vanuit één centrum te bekijken.
Religieuze vieringen waren eeuwenlang belangrijke ontmoetingsmomenten. Doopfeesten, huwelijken, begrafenissen, processies en beschermheiligenfeesten verbonden families en buurten met elkaar. Ook nadat het dagelijkse leven moderner werd, bleven de feesten een belangrijk onderdeel van de plaatselijke identiteit.
Samenvoeging bracht één gemeente
Tot ver in de twintigste eeuw bleven Setla-Mirarrosa en Miraflor afzonderlijke bestuurlijke eenheden. De dorpen waren klein en lagen dicht bij elkaar. Verbeterde wegen, gezamenlijke voorzieningen en de groeiende onderlinge verwevenheid maakten een samenvoeging steeds logischer.
In 1971 werden de drie historische kernen definitief in één gemeente samengebracht. Administratief begon dit met de fusie van Setla en Mira-rosa, waarna Miraflor zich bij de nieuwe gemeente aansloot. De officiële naam werd Setla, Mirarrosa y Miraflor.
De samenvoeging betekende dat de inwoners voortaan één gemeentebestuur, begroting en openbare dienstverlening deelden. Voorzieningen konden gezamenlijk worden georganiseerd en de ontwikkeling van de verschillende woongebieden kon vanuit één gemeente worden gepland.
Toch was de lange officiële naam in het dagelijkse leven weinig praktisch. Bewoners en mensen uit de omgeving gebruikten al veel langer de verzamelnaam Els Poblets. Daarmee werd niet één van de drie kernen boven de andere geplaatst, maar werd juist benadrukt dat zij samen de kleine dorpen vormden.
Op 25 november 1991 besloot de regionale regering van de Valenciaanse Gemeenschap via Decreet 216/91 de gemeentenaam officieel te veranderen. Vanaf dat moment heette de gemeente ook in administratieve documenten Els Poblets.
De naamswijziging was meer dan een praktische verkorting. Zij gaf de samengevoegde gemeente een gezamenlijke identiteit die tegelijkertijd de verschillen tussen Setla, Mira-rosa en Miraflor respecteerde. De historische namen bleven bestaan, maar kregen een plaats binnen één herkenbare gemeente.
Kusttoerisme veranderde het dorp
In de tweede helft van de twintigste eeuw veranderde de kust van de Marina Alta snel. Verbeterde wegen, toenemend autobezit en internationaal toerisme brachten steeds meer bezoekers naar Dénia en de omliggende stranden. Ook Els Poblets kreeg te maken met nieuwe woningen, tweede huizen en woongebieden richting l’Almadrava.
De groei verliep minder grootschalig dan in bekende badplaatsen met hoge appartementencomplexen. Els Poblets hield vooral laagbouw, vrijstaande woningen en kleinere wooncomplexen. Daardoor bleef de overgang tussen dorp, landbouwgebied en kust op veel plaatsen herkenbaar.
Vanaf de jaren tachtig en negentig vestigden zich steeds meer mensen uit andere Europese landen in de gemeente. Vooral Duitse bewoners werden een zichtbare groep, maar ook Nederlanders, Belgen, Britten, Fransen en inwoners uit andere landen kozen voor Els Poblets.
Deze nieuwe bewoners werden aangetrokken door het klimaat, de nabijheid van zee, het rustige dorpsleven en de korte afstand tot Dénia. Sommige woningen werden als vakantiehuis gebruikt, terwijl andere gezinnen en gepensioneerden zich permanent inschreven.
De internationale groei veranderde het straatbeeld, de woningmarkt en de dienstverlening. Er kwamen bedrijven die klanten in meerdere talen hielpen en de vraag naar villa’s, appartementen en onderhoudsdiensten nam toe. Tegelijk bleven de lokale feesten, het Valenciaans, de landbouw en de oudere dorpskernen belangrijke onderdelen van de identiteit.
Els Poblets werd hierdoor geen volledig toeristische of buitenlandse enclave. Het ontwikkelde zich eerder tot een gemengde woonplaats waarin Spaanse families, internationale bewoners, tweedehuiseigenaren en bezoekers naast elkaar leven.
Verleden blijft overal zichtbaar
Els Poblets heeft geen groot kasteel, monumentale kathedraal of volledig ommuurde historische binnenstad. De geschiedenis is er verspreid over het landschap. Zij zit in de Romeinse ovens bij l’Almadrava, de Torre de Mira-rosa, de twee kerken, de oude landbouwwegen en de namen van de drie voormalige dorpen.
Ook de kust draagt historische verhalen. De kiezelstrook herinnert aan het materiaal dat door de Girona naar zee werd gebracht, terwijl de naam l’Almadrava verwijst naar de vroegere tonijnvisserij. Tussen moderne woningen liggen sporen van productie en handel uit de Romeinse tijd.
In het binnenland herinneren citrusboomgaarden en traditionele huizen aan generaties landbouwers. Sommige oude boerderijen en olieperserijen hebben hun oorspronkelijke functie verloren, maar blijven herkenbare getuigen van een tijd waarin vrijwel ieder gezin direct of indirect van het land leefde.
De geschiedenis leeft eveneens voort in de feesten voor de Diví Salvador en de Moren en Christenen. De huidige optochten zijn geen letterlijke reconstructie van de middeleeuwen, maar verbinden de moderne gemeenschap wel met verhalen over de islamitische en christelijke perioden.
Voor mensen die willen emigreren naar Spanje of nadenken over wonen in Alicante biedt die geschiedenis extra context. Els Poblets is niet alleen een rustige woonplaats dicht bij het strand. Het is een gemeente die ontstond uit verschillende culturen, kleine landbouwgemeenschappen en eeuwenlange aanpassing aan rivier, zee en economische veranderingen.
Wie meer wil weten over de ligging, het landschap en de verschillende dorpskernen kan verder lezen over de ligging en het karakter van Els Poblets. De Romeinse vindplaats, Torre de Mira-rosa, kerken en andere historische plekken worden uitgebreider besproken bij de bezienswaardigheden in Els Poblets.
De geschiedenis van Els Poblets is daarmee geen luid verhaal van grote legers of langdurige politieke macht. Het is een verhaal van productie en handel, drie kleine islamitische nederzettingen, landbouwfamilies, vissers, nieuwe kolonisten en dorpen die uiteindelijk samen één gemeente werden.
Precies die gelaagdheid geeft Els Poblets zijn eigen karakter. Wie rustig door de gemeente loopt en verder kijkt dan de moderne woonstraten, ontdekt dat het verleden hier nergens volledig is verdwenen. Het leeft voort in de namen, gebouwen, velden, feesten en in de manier waarop de kleine dorpen nog altijd samen één gemeenschap vormen.
Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 18 juli 2026.