Wie door de smalle straatjes van Murla loopt, ziet een klein dorp in de Vall de Pop, maar achter de rustige gevels gaat een geschiedenis schuil die veel groter is dan het huidige inwonertal doet vermoeden. Murla telt tegenwoordig nog geen zeshonderd inwoners, maar was eeuwen geleden een belangrijk bestuurlijk en strategisch centrum in dit deel van de Marina Alta. De versterkte kerk midden in het dorp, de oude waterwerken en de Cavall Verd aan de horizon herinneren aan perioden waarin islamitische heersers, christelijke edelen, Moriscos, soldaten en landbouwfamilies allemaal hun sporen achterlieten.
De geschiedenis van Murla begint bovendien niet pas in de middeleeuwen. Binnen het grondgebied zijn resten en materialen uit de Iberische en Romeinse tijd gevonden. Toch ontstond de nederzetting die uiteindelijk het huidige Murla zou worden vooral tijdens de islamitische periode. Regionale historische bronnen beschrijven Murla als een middeleeuwse alquería: een kleine landelijke nederzetting van huizen, akkers en waterstructuren, die groeide rond de versterking van Pop.
Een alquería was meer dan alleen een verzameling boerderijen. Het was een kleine agrarische gemeenschap waarin landbouwgrond, waterverdeling en woningen samen een economische eenheid vormden. Zulke nederzettingen waren kenmerkend voor grote delen van het islamitische Valencia en hebben veel van het huidige landschap van de Marina Alta helpen vormen.
Islamitisch Murla en Castillo de Pop
Het huidige Murla ontstond waarschijnlijk in de islamitische periode rond het Castillo de Pop. De gemeente Murla zelf dateert de oorsprong van deze versterking mogelijk al in de elfde eeuw. Het kasteel lag strategisch aan de toegang tot de Vall de Pop en maakte het mogelijk om verkeer door de vallei en tussen de Marina Alta en het bergachtige binnenland te controleren.
Over de precieze archeologische ontwikkeling van het oude Castillo de Pop bestaat niet op ieder detail zekerheid. Lokale en regionale erfgoedbronnen identificeren de huidige versterkte kerk van Sant Miquel Arcàngel met de oude vesting, terwijl historici erop wijzen dat zonder uitgebreider archeologisch onderzoek niet iedere bouwfase exact kan worden gereconstrueerd. Zeker is wel dat Murla zich rond een belangrijke versterkte plek ontwikkelde en dat deze locatie eeuwenlang bepalend bleef voor het dorp.
De historische Vall de Pop bestond in de middeleeuwen in zijn kern uit Murla, Parcent en Benigembla. Deze nederzettingen stonden onder het bestuurlijke gezag van het hîsn van Pop. Een hîsn was in het islamitische bestuursstelsel een versterkte plaats of kasteel dat bescherming en bestuurlijke controle bood over omliggende nederzettingen en landbouwgrond.
Murla had daardoor een grotere regionale betekenis dan je tegenwoordig op basis van de omvang van het dorp zou verwachten. De ligging gaf toegang tot de vallei, terwijl de omliggende bergen bescherming boden. Landbouwterrassen, waterlopen en routes tussen kust en binnenland maakten het gebied bovendien economisch aantrekkelijk.
Water speelde daarbij een hoofdrol. Bronnen werden gebruikt voor drinkwater, landbouw en het dagelijkse huishouden. Een deel van die oude watercultuur is nog altijd zichtbaar in Murla. Het dorp bezit historische fonteinen en wasplaatsen en water werd zelfs via leidingen onder huizen door naar het oude washuis gebracht. Zulke eenvoudige constructies vertellen veel over de manier waarop het leven eeuwenlang georganiseerd was.
Al-Azraq en christelijke macht
In de dertiende eeuw veranderde het politieke landschap van de Marina Alta ingrijpend. De uitbreiding van het christelijke Koninkrijk Valencia onder Jaume I van Aragón bracht steeds meer islamitische gebieden onder christelijk gezag. In de bergstreken van het huidige noorden van Alicante verliep dat proces echter allesbehalve zonder verzet.
Een van de belangrijkste figuren in die periode was al-Azraq. Zijn naam betekent ongeveer ‘de Blauwe’ en hij was een islamitische leider die invloed uitoefende over verschillende kastelen en valleien in het bergachtige gebied tussen de huidige provincies Alicante en Valencia. Hij probeerde zijn machtspositie te behouden terwijl de christelijke verovering steeds verder oprukte.
Murla lag in zijn invloedssfeer. Volgens de regionale geschiedschrijving sloot al-Azraq een vazalliteitspact met de infante Alfons, de oudste zoon van Jaume I. Daarbij werden onder meer inkomsten uit Murla aan de christelijke kroon afgestaan. Dit laat zien dat de overgang van islamitisch naar christelijk bestuur niet uit één beslissende veldslag bestond, maar uit een ingewikkelde combinatie van verdragen, opstanden, onderhandelingen en militaire druk.
De islamitische bevolking verdween na de christelijke verovering niet onmiddellijk. Zoals in grote delen van het nieuwe Koninkrijk Valencia bleven veel moslims wonen en werken op dezelfde grond. Zij stonden voortaan onder christelijk bestuur en kregen een andere juridische en fiscale positie, maar landbouw, waterbeheer en lokale gewoonten veranderden niet van de ene op de andere dag.
Dat is belangrijk om de geschiedenis van Murla te begrijpen. De overgang van islamitische naar christelijke macht betekende geen volledige vervanging van bevolking en cultuur. Eeuwenlang leefden verschillende gemeenschappen naast elkaar en bleven kennis van landbouw, irrigatie en het landschap bestaan.
In 1296 schonk koning Jaume II Murla levenslang aan zijn raadsman Ramon de Vilanova. Daarmee werd het gebied voor langere tijd verbonden met de familie Vilanova. In latere perioden wisselde het heerlijk gezag opnieuw en waren onder andere families verbonden met Joanot Martorell, de graven van Oliva en uiteindelijk de hertogen van Gandia bij Murla betrokken.
Christenen en moslims naast elkaar
Murla ontwikkelde zich in de eeuwen na de verovering tot een bijzondere gemengde plaats. Regionale historici rekenen Murla, samen met onder andere Benissa en Ondara, tot de christelijke nederzettingen waar ook een aparte islamitische bevolking bleef wonen. Zulke moslimwijken werden in het Valencia van die tijd een moreria genoemd.
Een opvallende episode vond plaats in 1341. Maria Ladrón de Vidaure verleende toen een bevolkingsbrief aan zeventien islamitische inwoners van Murla voor de stichting van een nieuwe nederzetting die Almedic moest heten. Een dergelijke carta de poblament, in het Spaans carta puebla, legde rechten en verplichtingen van bewoners vast.
Het plan voor Almedic lijkt uiteindelijk niet werkelijk uitgevoerd te zijn, maar het document is historisch interessant omdat het bevestigt dat moslims en christenen in en rond Murla nog lange tijd naast elkaar leefden. De geschiedenis is daardoor genuanceerder dan een eenvoudig verhaal waarin de christelijke verovering onmiddellijk een einde maakte aan de islamitische aanwezigheid.
Vanaf het begin van de zestiende eeuw veranderde de situatie opnieuw. Moslims in de christelijke koninkrijken werden uiteindelijk gedwongen zich tot het christendom te bekeren. Deze bekeerde moslims en hun nakomelingen werden Moriscos genoemd. Officieel waren zij christen, maar veel families behielden onderdelen van hun taal, cultuur, gebruiken en sociale netwerken.
Tegelijkertijd kreeg de Marina Alta te maken met aanvallen vanaf zee. In oktober 1529 werden Murla en het nabijgelegen Parcent geplunderd door een luitenant van de beroemde Barbarijse kaper Barbarossa, die in regionale bronnen de bijnaam Cachidiablo krijgt. Zulke aanvallen maakten duidelijk dat niet alleen kustplaatsen kwetsbaar waren. Ook dorpen verder landinwaarts liepen gevaar.
De versterkte bouw van Murla kreeg daardoor opnieuw praktische betekenis. De dikke muren en verdedigingstorens boden bescherming wanneer bewoners zich bij dreiging moesten terugtrekken.
Kerk werd tegelijk een vesting
Het duidelijkste overblijfsel van deze roerige eeuwen is de kerk van Sant Miquel Arcàngel. Het gebouw staat op de plek van de oude versterking van Pop en werd in de zestiende eeuw verbouwd om er de parochiekerk in onder te brengen. De combinatie van kerk en fort maakt het gebouw uitzonderlijk binnen de Marina Alta.
De kerk bestaat uit een schip dat in drie gedeelten is verdeeld en heeft gewelven met stenen ribben. Aan de buitenzijde vallen vooral de zware muren en twee robuuste torens op. Het sobere militaire uiterlijk contrasteert met de religieuze inrichting binnen.
De defensieve functie was destijds geen overbodige luxe. Aanvallen van Barbarijse zeerovers vormden gedurende delen van de zestiende eeuw een reële dreiging voor de bevolking van de Marina Alta. De vestingkerk was daardoor tegelijk gebedshuis en toevluchtsoord.
Het bijzondere is dat het gebouw nog steeds midden in het dagelijkse dorpsleven staat. Waar ooit verdediging, feodale macht en religie samenkwamen, komen bewoners tegenwoordig vooral voor vieringen en dorpsactiviteiten. Toch is aan de buitenzijde nog direct te zien dat dit nooit een gewone dorpskerk is geweest.
1609 veranderde Murla voorgoed
Het jaar 1609 behoort tot de belangrijkste keerpunten in de geschiedenis van Murla en de hele Marina Alta. Koning Filips III besloot dat de Moriscos uit het Koninkrijk Valencia moesten worden verdreven. Voor een regio waarin grote delen van de plattelandsbevolking uit Moriscos bestonden, had dat enorme gevolgen.
Murla nam binnen die geschiedenis een bijzondere positie in. Het dorp was geen volledig Moriscodorp, maar een gemengde christelijke plaats met een islamitisch en later Morisco verleden. Daardoor ontstonden tijdens de opstand directe spanningen tussen verschillende groepen.
Nadat het verdrijvingsbevel bekend was geworden, trokken Moriscos uit Xaló en Murla richting de Vall de Laguar. Onderweg werden religieuze afbeeldingen aangevallen en werd de kapel van Sant Sebastià boven Murla in brand gestoken en zwaar beschadigd.
Op 28 oktober 1609 sloten Moriscos uit Parcent zich aan bij de opstandelingen. Toen zij Murla passeerden kwam het tot gevechten met christelijke inwoners van het dorp. Murla veranderde daarmee letterlijk in een frontgebied.
Op 4 november arriveerde Sancho de Luna vanuit Dénia met koninklijke troepen om Murla te verdedigen en de opstand neer te slaan. Het dorp werd een belangrijke basis voor de soldaten die tegen de Moriscos werden ingezet.
De strijd verplaatste zich vervolgens richting de bergen. Nadat christelijke troepen het Castillo de les Atzavares hadden veroverd, trokken de Moriscos op 16 november naar de versterkte hoogten die in historische bronnen met het Castillo de Pop worden verbonden. Pogingen om tot een onderhandelde oplossing te komen liepen vast en de gevechten gingen verder.
De overgebleven Moriscos zochten uiteindelijk een toevluchtsoord op de steile delen van de Cavall Verd en de Vall de Laguar. Het ruige landschap bood bescherming, maar voedsel en water werden steeds schaarser. Op 29 november 1609 gaven de uitgeputte opstandelingen zich over.
Daarna werden duizenden mensen vanuit de havens van Dénia en Jávea naar Noord-Afrika verscheept. Voor de Marina Alta betekende dit niet alleen een menselijk drama, maar ook een enorme economische en demografische schok. Dorpen verloren bewoners, landbouwgrond bleef achter en eeuwenoude gemeenschappen verdwenen vrijwel van de ene op de andere dag.
Wie tegenwoordig naar de Cavall Verd kijkt, ziet daardoor meer dan alleen een fraaie berg. De berg is een van de belangrijkste historische landschappen van de Morisco-geschiedenis in de provincie Alicante. Meer over dit gebied is te lezen op de pagina over de natuur rond Murla.
Mallorcanen hielpen Murla herstellen
Na de verdrijving van de Moriscos stond een groot deel van de Marina Alta voor een enorm probleem. Land moest opnieuw worden bewerkt, huizen moesten worden bewoond en feodale heren wilden hun inkomsten herstellen. Daarom werden nieuwe bewoners aangetrokken.
Voor Murla wijzen historische bronnen op een combinatie van christelijke inwoners die al in het dorp aanwezig waren en nieuwkomers uit Mallorca. Dat is een belangrijk detail, omdat de herbevolking van de Marina Alta vaak eenvoudig wordt beschreven alsof alle oorspronkelijke bewoners verdwenen en compleet nieuwe dorpen werden gesticht. In Murla was de situatie ingewikkelder: de plaats had al een christelijke bevolking.
Mallorcaanse familienamen zoals Mas, Femenia, Cloquell en Riera worden door regionale historici genoemd als aanwijzingen voor deze nieuwe bevolkingslaag. De immigratie vanaf Mallorca was in de zeventiende eeuw veel breder zichtbaar in de Marina Alta en Marina Baixa en heeft blijvende invloed gehad op familienamen, taal en plaatselijke cultuur.
De nieuwe bewoners moesten een streek opnieuw economisch tot leven brengen die zwaar was getroffen door de gebeurtenissen van 1609. Verlaten of minder intensief gebruikte landbouwgronden moesten opnieuw worden bewerkt en dorpen moesten hun sociale structuren herstellen.
Murla bleef daarbij een belangrijke plaats in de Vall de Pop. Toeristische en gemeentelijke historische bronnen beschrijven het dorp tot in de zeventiende eeuw als de historische hoofdstad van de Vall de Pop. Pas later verschoof het regionale zwaartepunt en kreeg het dorp steeds meer het kleinschalige karakter dat we tegenwoordig kennen.
Ook religieuze gebouwen kregen een nieuwe plaats in de gemeenschap. De huidige Ermita de la Divina Aurora, ook bekend als de Ermita de la Sang, staat midden in het dorp. Het terrein maakte vroeger deel uit van een hospitaal dat tussen 1587 en 1591 in gebruik kwam en later ook als gevangenis diende. Sinds 1856 wordt in de kapel de Divina Aurora vereerd, de patrones van Murla.
De kapel is daarmee een mooi voorbeeld van hoe gebouwen in Murla door de eeuwen heen verschillende functies kregen. Wat begon als onderdeel van een zorgvoorziening werd later gevangenisruimte en uiteindelijk een religieuze plek die nog altijd een belangrijke rol speelt tijdens de dorpsfeesten.
Landbouw bepaalde eeuwenlang het leven
Na de grote omwentelingen van de zeventiende eeuw werd het leven in Murla opnieuw vooral bepaald door landbouw. De vallei bood ruimte voor druiven, amandelen, olijven, granen en andere mediterrane gewassen. Boeren gebruikten terrasvormige akkers en maakten optimaal gebruik van het beschikbare water.
Landbouw was veel meer dan alleen een beroep. Het bepaalde het ritme van het jaar, familieverhoudingen en sociale contacten. Oogstperioden vroegen samenwerking en kennis werd van generatie op generatie doorgegeven. Ook ambachtslieden en kleine handelaren waren afhankelijk van de landbouwgemeenschap om hen heen.
Vooral de wijnbouw en druiventeelt werden belangrijk in de Marina Alta. Druiven werden niet alleen gebruikt voor wijn, maar ook gedroogd tot rozijnen. In de negentiende eeuw werd de rozijnenhandel een van de belangrijkste economische activiteiten van de comarca en bereikten producten uit de Marina Alta buitenlandse markten.
Die bloei bleek echter kwetsbaar. De druifluis phylloxera, in het Nederlands druifluis of wijnstokluis genoemd, verwoestte rond de overgang van de negentiende naar de twintigste eeuw grote delen van de wijnbouw. Ook Murla kreeg met de gevolgen te maken.
Regionale historische bronnen verbinden juist die crisis met een sterke emigratie vanuit Murla naar de Verenigde Staten. Dat past in een veel bredere emigratiegolf vanuit de Marina Alta in de eerste decennia van de twintigste eeuw. Inwoners vertrokken op zoek naar werk en inkomen, terwijl familieleden en huizen in het geboortedorp achterbleven.
Die emigratie heeft zelfs sporen nagelaten in het religieuze erfgoed. De huidige afbeelding van de Divina Aurora werd voor een belangrijk deel betaald door inwoners en voormalige inwoners die in de Verenigde Staten verbleven. Zo bleven mensen die duizenden kilometers verder woonden financieel en emotioneel met Murla verbonden.
Twintigste eeuw bracht nieuwe leegloop
De economische veranderingen stopten niet na de phylloxeracrisis. In de twintigste eeuw verloor Murla, net als veel andere kleine dorpen in het Spaanse binnenland, opnieuw inwoners. Jongeren trokken weg omdat opleiding, industrie en dienstverlening elders meer kansen boden.
Vanaf het midden van de twintigste eeuw groeide bovendien de kust van Alicante sterk. Toerisme, bouw en dienstverlening leverden nieuwe banen op in plaatsen als Dénia, Jávea, Calp en Benidorm. Voor bewoners van kleine landbouwdorpen werd werken buiten de eigen gemeente steeds normaler.
Mechanisering verminderde tegelijkertijd het aantal arbeidskrachten dat op het land nodig was. Werk dat vroeger door verschillende familieleden en seizoenarbeiders werd gedaan, kon steeds vaker met machines worden uitgevoerd. Daardoor werd de traditionele landbouwgemeenschap kleiner.
Veel gezinnen verloren ondanks hun vertrek niet de band met Murla. Huizen bleven binnen families, landbouwgrond werd behouden en tijdens feestdagen en vakanties keerden voormalige inwoners terug. Zo kon een dorp demografisch krimpen terwijl de sociale band met mensen die elders woonden veel groter bleef dan bevolkingscijfers suggereren.
Vanaf de laatste decennia van de twintigste eeuw ontstond opnieuw belangstelling voor het landelijke leven in de Marina Alta. Ook buitenlandse bewoners ontdekten kleine dorpen als Murla. Oude woningen werden opgeknapt en sommige huizen veranderden in permanente woningen of tweede verblijven voor mensen uit andere Europese landen.
Die ontwikkeling heeft Murla veranderd, maar veel minder sterk dan sommige kustgemeenten. Het dorp kreeg internationale bewoners zonder zijn kernidentiteit als kleine Spaans-Valenciaanse gemeenschap volledig te verliezen.
Tradities houden geschiedenis levend
De geschiedenis van Murla zit niet uitsluitend in oude documenten en gebouwen. Tradities zorgen ervoor dat het verleden ieder jaar opnieuw zichtbaar wordt. De feesten rond de Divina Aurora vormen daarvan een duidelijk voorbeeld.
De Divina Aurora is de patrones van Murla en haar belangrijkste feestdagen vallen in de eerste week van augustus. Op 5 augustus speelt de processie een centrale rol en verandert de normaal rustige dorpskern in een levendige ontmoetingsplek van bewoners, familieleden en bezoekers.
Sant Sebastià wordt gevierd op de zaterdag die het dichtst bij 20 januari ligt. Bewoners trekken dan in bedevaart naar de gelijknamige kapel op de helling van de Cavall Verd. Juist deze kapel heeft een directe verbinding met de dramatische geschiedenis van 1609, toen zij door Morisco-opstandelingen werd ingenomen en ernstig beschadigd. Daarna werd zij herbouwd. In 1994 en 1995 volgde opnieuw een grote restauratie.
Ook Sant Miquel blijft belangrijk. Zijn liturgische feestdag valt op 29 september en in Murla wordt de lokale viering traditioneel op de daaropvolgende zaterdag gehouden. De heilige is niet toevallig prominent aanwezig: de belangrijkste kerk van het dorp draagt zijn naam.
Daarnaast heeft Murla een opvallende plaats in de geschiedenis van de pilota valenciana, de traditionele Valenciaanse balsport die met de hand wordt gespeeld. Het dorp bracht bekende spelers voort, onder wie Nel de Murla, en wordt in regionale toeristische informatie zelfs genoemd als een plaats met een sterke traditie in deze sport.
Voor Nederlandse en Belgische bezoekers kunnen zulke gebruiken soms aanvankelijk moeilijk te plaatsen zijn. Toch zijn ze belangrijk om Murla te begrijpen. De feesten zijn geen voorstelling die speciaal voor toeristen wordt georganiseerd, maar momenten waarop een kleine gemeenschap haar eigen geschiedenis en onderlinge banden bevestigt.
Het huidige gemeentehuis staat eveneens midden in die levende dorpskern. De moderne gemeente is vanzelfsprekend heel anders georganiseerd dan het feodale Murla uit de middeleeuwen, maar het feit dat Murla nog altijd een zelfstandige gemeente is onderstreept hoe sterk de eigen identiteit bewaard is gebleven.
Een klein dorp met groot verleden
Wie Murla tegenwoordig bezoekt, ziet in eerste instantie misschien vooral een rustig dorp tussen de bergen. Toch zijn op korte afstand van elkaar sporen zichtbaar van bijna duizend jaar lokale geschiedenis. De versterkte kerk verwijst naar islamitische en christelijke machtsstrijd, de Cavall Verd naar de verdrijving van de Moriscos, de oude fonteinen en wasplaatsen naar eeuwenlang watergebruik en de kapellen naar religieuze tradities die nog altijd worden voortgezet.
Zelfs het landschap is een historisch document. Terrassen, wijngaarden, amandelbomen, olijfgaarden en oude routes zijn niet vanzelf ontstaan. Generaties bewoners pasten het terrein aan hun behoeften aan en ontwikkelden manieren om in een droge en bergachtige omgeving landbouw te bedrijven.
Dat maakt de geschiedenis van Murla interessanter dan alleen een reeks jaartallen. Het is een verhaal over mensen die steeds opnieuw moesten omgaan met verandering: islamitische bewoners die onder christelijk bestuur kwamen, christenen en moslims die naast elkaar leefden, Moriscos die werden verdreven, Mallorcaanse families die arriveerden, boeren die hun wijngaarden verloren en emigranten die duizenden kilometers verder een nieuw bestaan opbouwden.
Vandaag telt Murla volgens de meest recente definitieve bevolkingscijfers 574 inwoners. Daarmee is het kleiner dan in verschillende perioden uit zijn verleden, maar de gemeente is allesbehalve verdwenen. De kerk, kapellen, feesten, pilota valenciana, landbouw en het Valenciaans houden een eigen identiteit in stand.
Tegelijk is er ruimte gekomen voor nieuwe bewoners. Nederlanders, Belgen en andere buitenlanders die hier komen wonen stappen daardoor niet in een leeg decor, maar in een dorp met een lange lokale geschiedenis. Wie werkelijk onderdeel van die gemeenschap wil worden, begrijpt Murla beter wanneer hij ook weet waarom de Cavall Verd zo belangrijk is, waarom de kerk eruitziet als een vesting en waarom oude familienamen soms naar Mallorca verwijzen.
Meer algemene informatie over ligging, bereikbaarheid en het karakter van het huidige dorp is te vinden op de pagina over Murla in de Vall de Pop. Wie het landschap achter deze geschiedenis beter wil begrijpen kan verder lezen over de natuur rond Murla.
Voor Nederlanders en Belgen die nadenken over wonen in Alicante of emigreren naar Spanje laat Murla bovendien zien dat de provincie niet alleen wordt gevormd door de kust. In het binnenland liggen kleine plaatsen waar de geschiedenis van het Koninkrijk Valencia, de Moriscos, landbouw, emigratie en moderne buitenlandse vestiging allemaal in één dorp samenkomen.
Murla is daarmee klein van formaat, maar groot in historische betekenis. Wie langzaam door het dorp loopt en weet waar hij naar kijkt, ziet geen verzameling oude gevels, maar een plek waar bijna iedere straat, berghelling en waterbron een deel van een veel groter verhaal vertelt.
Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 10 augustus 2026.