Natuur rond l’Atzúbia

Mediterrane natuur en bergen rond l’Atzúbia en Forna in de Marina Alta

Tussen twee groene valleien

L’Atzúbia en Forna liggen in het noordwestelijke binnenland van de Marina Alta, vlak bij de grens tussen de provincies Alicante en Valencia. De gemeente bestaat uit twee afzonderlijke valleien die richting de Middellandse Zee zijn geopend. L’Atzúbia ligt tussen de uitlopers van de Serra de Gallinera en de Serra Negra, terwijl Forna wordt omgeven door het berglandschap van de Serra de l’Almirant. Juist deze ligging zorgt voor een opvallende afwisseling van landbouwgrond, mediterrane begroeiing, rotshellingen, ravijnen en uitzicht richting de kustvlakte.

Het dorp ligt niet in La Vall de Gallinera zelf, maar wel direct aan de rand van deze bekende vallei. Aan de oostzijde opent het landschap zich richting Pego, de Marjal de Pego-Oliva en de kust bij Oliva, Les Deveses en Dénia. Richting het westen en zuiden worden de wegen smaller, de hellingen steiler en de natuur ruiger. Daardoor vormt l’Atzúbia een natuurlijke overgang tussen de vruchtbare kustvlakte en het bergachtige binnenland van Alicante.

Voor Nederlanders en Belgen die de Costa Blanca vooral kennen van stranden, boulevards en drukke kustplaatsen laat de natuur rond l’Atzúbia een heel andere kant van de provincie zien. Hier bepalen niet hoogbouw en toerisme, maar boomgaarden, stenen terrassen, oude paden en bergsilhouetten het uitzicht. De zee is dichtbij genoeg om haar invloed op het klimaat te voelen, maar ver genoeg weg om het dorp een uitgesproken landelijk karakter te geven.

Het landschap verandert voortdurend met de seizoenen. In de late winter en het voorjaar verschijnen bloesem, jonge kruiden en wilde bloemen. De zomer brengt droge warmte, het geluid van cicaden en de geur van rozemarijn, dennen en warme aarde. Na de eerste herfstregens komt het groen snel terug, terwijl heldere winterdagen vaak verre uitzichten over de bergen en kustvlakte bieden.

Natuur rond l’Atzúbia betekent daarom meer dan alleen ongerepte berggrond. Het is een oud cultuurlandschap waarin mensen al eeuwenlang wonen en werken. Akkers, boomgaarden, waterpunten, paden en dorpskernen vormen samen met de natuurlijke begroeiing één geheel. Wie hier wandelt, beweegt voortdurend tussen natuur en erfgoed.

Terrassen vol landbouwgeschiedenis

Een van de meest herkenbare elementen in het landschap zijn de landbouwterrassen tegen de hellingen. Een terras is een vlak stuk grond dat met een stenen muur op een helling is aangelegd. Zo bleef vruchtbare aarde beter liggen en kon regenwater langzamer wegstromen. Zonder deze muren zou veel landbouwgrond tijdens hevige regen naar de lager gelegen delen van de vallei verdwijnen.

Veel terrassen hebben hun oorsprong in de islamitische landbouwperiode, al zijn zij daarna door vele generaties uitgebreid, hersteld en aangepast. De muren werden meestal gebouwd met plaatselijke stenen, zonder veel cement. Deze techniek staat bekend als droge steenbouw. De stenen werden zorgvuldig op elkaar gestapeld, zodat de muur stevig bleef en overtollig water toch kon wegvloeien.

Landbouwterrassen, boomgaarden en groen landschap rond l’Atzúbia

Op de drogere en hoger gelegen terrassen groeien vooral olijfbomen, amandelbomen, vijgenbomen en johannesbroodbomen. De johannesbroodboom is herkenbaar aan zijn donkergroene bladeren en lange bruine peulen. Deze bomen zijn goed aangepast aan lange perioden zonder regen en kunnen op stenige grond overleven.

In de lagere en vruchtbaardere delen rond l’Atzúbia en richting Pego bepalen citrusboomgaarden een groot deel van het landschap. Sinaasappel- en mandarijnbomen profiteren daar van diepere grond en een betere beschikbaarheid van water. In de bloeitijd verspreiden de witte citrusbloemen een sterke zoete geur, die in Spanje azahar wordt genoemd.

Tussen de bomen liggen kleine groentepercelen en moestuinen. Daar worden onder meer tomaten, paprika’s, courgettes, bonen en andere seizoensgroenten verbouwd. Sommige percelen zijn nog intensief in gebruik, terwijl andere terrassen langzaam door struiken en jonge dennen worden teruggenomen.

Verlaten terrassen zijn niet automatisch waardeloos voor de natuur. Struiken, bloemen en grassen kunnen er insecten, vogels en kleine zoogdieren aantrekken. Tegelijk kan achterstallig onderhoud ertoe leiden dat muren instorten en dat grote hoeveelheden droge begroeiing ontstaan. Het landschap rond l’Atzúbia laat daarmee zien hoe nauw landbouwbeheer en natuurbeheer met elkaar verbonden zijn.

Wie over landbouwwegen wandelt, moet rekening houden met privégrond. Boomgaarden zijn geen openbaar plukgebied, ook niet wanneer een perceel verlaten lijkt. Blijf op bestaande wegen en paden, sluit hekken wanneer je ze geopend aantreft en pluk geen sinaasappels, amandelen of ander fruit zonder toestemming.

Bergen bepalen het landschap

De gemeente ligt tussen verschillende bergzones die ieder een eigen karakter hebben. Rond l’Atzúbia zijn vooral Xillibre, lokaal ook Gelibre genoemd, de Serra Negra en de uitlopers van de Serra de Gallinera belangrijk. Rond Forna bepaalt de Serra de l’Almirant het beeld. Verder naar het oosten liggen de Serra de Mostalla en de open vlakte van Pego.

Deze bergen zijn grotendeels gevormd uit kalksteen. Water dringt via scheuren in het gesteente naar binnen en lost gedurende zeer lange perioden delen van de kalk op. Daardoor zijn grotten, spleten, rotswanden, bronnen en droge ravijnen ontstaan. De Cova del Canelobre bij het Tossal del Llop is een duidelijk voorbeeld van dit kalkstenen landschap.

Vanaf de hogere delen bestaan brede uitzichten over verschillende natuurgebieden. In oostelijke richting zijn de vlakte van Pego, de Serra de Mostalla, de Serra de Segària en het natuurpark Marjal de Pego-Oliva zichtbaar. Op heldere dagen is ook de Montgó bij Dénia en Jávea aan de horizon te herkennen.

De bergen zijn niet bijzonder hoog in vergelijking met grote Europese bergketens, maar mogen niet worden onderschat. Paden kunnen stenig en steil zijn, terwijl schaduw vaak ontbreekt. Door de combinatie van warmte, losse ondergrond en hoogteverschillen kan een wandeling zwaarder zijn dan dezelfde afstand in Nederland of België.

De hellingen worden doorsneden door barrancs. Dat Valenciaanse woord betekent ravijnen of smalle dalen waardoor bij hevige regen plotseling veel water kan stromen. Een ravijn dat tijdens droog weer volledig leeg is, kan na een zware bui gevaarlijk worden. Wandel daarom niet door smalle waterlopen wanneer onweer of hevige neerslag wordt verwacht.

Xillibre en Serra Negra

Xillibre, in l’Atzúbia vaak Gelibre genoemd, vormt een van de belangrijkste landschappelijke zones rond het dorp. Oude paden liepen over en langs deze berg tussen l’Atzúbia en Pego. Bewoners gebruikten deze routes om landbouwpercelen, bronnen, markten en omliggende plaatsen te bereiken.

Aan de schaduwrijke zijde liggen de zogenoemde ombries. Dat zijn hellingen die minder direct zonlicht ontvangen en daardoor vaak koeler en groener zijn. De zonnige hellingen zijn droger en hebben een opener begroeiing van struiken, kruiden en lage bomen.

De Serra Negra vormt samen met de omliggende uitlopers een natuurlijke grens aan de westelijke zijde van het gebied. Hier gaat het meer open landschap rond Pego over in de nauwere valleien richting La Vall de Gallinera. Stenen paden en oude verbindingswegen lopen tussen rotsen, bosschages en terrassen.

In deze bergzones groeien vooral planten die goed zijn aangepast aan droogte en kalkrijke grond. Aleppodennen, steeneiken, mastiekstruiken, kermeseiken, jeneverbesachtige struiken, dwergpalmen en verschillende soorten brem en cistus komen in dit soort mediterrane landschappen voor.

Na een natuurbrand kan de begroeiing sterk veranderen. Sommige struiken lopen opnieuw uit vanuit hun wortels, terwijl andere soorten juist veel zaden laten ontkiemen na vuur. Herstel kan jaren duren en jonge begroeiing blijft kwetsbaar voor erosie, betreding en nieuwe branden.

Forna onder de Almirant

Forna ligt enkele kilometers van l’Atzúbia in een kleinere, rustigere vallei. De kern wordt aan verschillende kanten omsloten door heuvels en de Serra de l’Almirant. Het kasteel van Forna staat op een verhoging boven het dorp en vormt een opvallende verbinding tussen landschap en geschiedenis.

Rond Forna liggen citruspercelen, olijf- en amandelbomen, oude terrassen en stukken mediterrane begroeiing. Het landschap voelt er stiller en meer besloten dan rond de grotere kern van l’Atzúbia. Vanaf hogere paden opent het uitzicht zich echter richting de kustvlakte, Pego en het natte landschap van de Marjal.

De vallei werd eeuwenlang gebruikt voor landbouw en veeteelt. Oude paden verbinden Forna met l’Atzúbia, Pego, Villalonga en andere plaatsen. Tegenwoordig worden verschillende van deze routes gebruikt door wandelaars en mountainbikers, maar zij blijven ook van belang voor landbouwers en bewoners.

Voor fotografen is vooral het contrast tussen het kasteel, de witte huizen, de groene boomgaarden en de ruige achtergrond interessant. Het licht is vroeg in de ochtend en aan het einde van de middag meestal zachter. Midden op een zonnige dag kunnen de verschillen tussen fel licht en diepe schaduw juist erg groot zijn.

In het voorjaar zorgen bloeiende bomen, bermplanten en frisse nieuwe bladeren voor veel kleur. In de zomer worden de tinten droger en warmer. Na herfstregen kan de bodem binnen korte tijd opnieuw groen worden en verschijnen planten op plaatsen die enkele weken eerder volledig uitgedroogd leken.

Planten van het binnenland

De plantenwereld rond l’Atzúbia en Forna is aangepast aan een mediterraan klimaat met zachte, soms natte winters en hete, droge zomers. Veel planten hebben kleine of leerachtige bladeren om verdamping te beperken. Andere soorten hebben diepe wortels of slaan water op in wortels, stammen en bladeren.

Aleppodennen komen veel voor op hellingen en verlaten landbouwgrond. Zij groeien snel en kunnen arme, stenige bodems verdragen. Onder de bomen groeien struiken en kruiden zoals rozemarijn, tijm, mastiekstruik, cistus, wilde venkel en bremachtige planten.

Rozemarijn en tijm zijn niet alleen herkenbaar aan hun geur. Hun bloemen vormen in bepaalde perioden een belangrijke voedselbron voor bijen en andere insecten. Ook de bloemen van amandel-, citrus- en johannesbroodbomen spelen een rol in het plaatselijke ecosysteem.

Op koelere en meer beschutte plekken kunnen steeneiken en dichtere struiken groeien. In ravijnen en bij bronnen verschijnen planten die meer vocht nodig hebben, zoals riet, bramen, oleanders en soms populieren. De vegetatie kan daardoor over een afstand van slechts enkele honderden meters sterk veranderen.

In het voorjaar staan bermen en open velden vol klaprozen, margrieten en andere kleine veldbloemen. Op geschikte kalkrijke plekken kunnen ook bijzondere en kwetsbare plantensoorten voorkomen. Pluk geen wilde bloemen en graaf geen planten uit. Sommige soorten zijn beschermd en veel planten hebben een belangrijke functie voor insecten en zaadvorming.

De dwergpalm, in het Spaans palmito genoemd, is een van de weinige palmsoorten die van nature in Europa voorkomt. Deze lage palm groeit op droge, zonnige hellingen en is bestand tegen hitte en wind. De scherpe bladeren bieden beschutting aan kleine dieren.

Ook de agave en vijgcactus zijn op verschillende plekken zichtbaar. Deze planten passen goed in het droge landschap, maar zijn oorspronkelijk uit Amerika afkomstig. Zij zijn in de afgelopen eeuwen aangeplant en sommige soorten kunnen zich sterk verspreiden. Ze behoren dus niet tot de oorspronkelijke mediterrane flora, ook al lijken ze inmiddels onlosmakelijk bij het landschap te horen.

Dieren tussen velden en rotsen

Ruig berglandschap als leefgebied rond l’Atzúbia en Forna

Veel dieren rond l’Atzúbia zijn vooral actief in de vroege ochtend, avond of nacht. Daardoor zie je vaak eerder sporen dan de dieren zelf. Pootafdrukken, omgewoelde aarde, uitwerpselen, veren en geluiden uit de struiken verraden dat het landschap veel levendiger is dan het overdag lijkt.

Konijnen en hazen vinden voedsel en beschutting langs akkers, boomgaarden en struikranden. Vossen, steenmarters en soms genetkatten bewegen zich voornamelijk in de stille uren door het landschap. Wilde zwijnen komen in de bredere berggebieden van de Marina Alta voor en kunnen ’s nachts landbouwgrond omwoelen op zoek naar wortels, insecten en gevallen vruchten.

Een ontmoeting met een wild zwijn is niet gebruikelijk, maar houd afstand wanneer je er een ziet. Geef het dier altijd ruimte om weg te lopen en ga nooit tussen een moederdier en haar jongen staan. Honden kunnen een wild dier laten schrikken en een gevaarlijke reactie veroorzaken. Houd honden daarom onder controle.

Op zonnige stenen muren zijn hagedissen en gekko’s te zien. Slangen komen eveneens in mediterrane natuurgebieden voor, maar proberen mensen meestal te vermijden. Stap niet met blote handen tussen stenen of in dicht struikgewas en laat reptielen rustig wegkruipen.

De lucht boven velden en hellingen biedt goede kansen om roofvogels te zien. Torenvalken kunnen vrijwel stil boven open terrein hangen, terwijl buizerds en slangenarenden gebruikmaken van opstijgende warme lucht. De precieze soorten verschillen per seizoen en leefgebied.

Hoppen vallen op door hun kuif, gebogen snavel en golvende vlucht. Bijeneters verschijnen vooral in de warmere maanden en zijn herkenbaar aan hun felle kleuren en roep. Zwaluwen, gierzwaluwen, merels en andere zangvogels vinden voedsel in boomgaarden, langs huizen en boven open velden.

Oude gebouwen, holle bomen en rustige rotsplekken bieden onderdak aan vleermuizen. Deze dieren spelen een belangrijke rol doordat zij grote aantallen insecten eten. Grotten en verlaten gebouwen mogen daarom niet zonder toestemming worden betreden of verstoord.

Bij bronnen, tijdelijke waterplassen en de natte gebieden richting Pego leven kikkers, libellen en andere watergebonden dieren. De nabijheid van zowel droge bergen als de Marjal de Pego-Oliva maakt het mogelijk om binnen een kleine regio zeer verschillende diersoorten en leefgebieden te ontdekken.

Wandelen vanuit l’Atzúbia

De beste manier om de natuur rond l’Atzúbia te leren kennen is te voet. Vanuit de dorpskern vertrekken oude wegen en paden richting Pego, El Carritxar, Xillibre en de omliggende bergzones. Sommige stukken zijn geasfalteerd of breed, terwijl andere routes over smalle en stenige paden lopen.

Panoramisch uitzicht over l’Atzúbia en de omliggende bergen langs een wandelroute

De regionale toeristische organisatie MACMA heeft meerdere wandelroutes in kaart gebracht. De genoemde afstanden, looptijden en moeilijkheidsgraden zijn richtlijnen. Warmte, conditie, ondergrond, navigatie en rustpauzes kunnen ervoor zorgen dat een wandeling in de praktijk langer duurt.

Download vóór vertrek een actuele routebeschrijving of kaart. Bewegwijzering kan beschadigd raken of tijdelijk ontbreken. Vertrouw niet uitsluitend op mobiele navigatie, omdat bereik en batterijduur in de bergen kunnen tegenvallen.

Route door Les Comes

De route Les Comes volgt oude paden tussen l’Atzúbia en Pego. De wandeling is ongeveer 10 kilometer lang, duurt volgens de officiële beschrijving bijna vier uur en heeft ongeveer 404 meter positief hoogteverschil. De technische moeilijkheid wordt als gemiddeld aangeduid.

De route begint aan het einde van de Carrer de la Font in l’Atzúbia. Na het passeren van een ravijn loopt het pad omhoog richting de Font de les Mallades. Daarna gaat de route verder naar het Pla d’Almiserà en door een dennenbos richting het Calvari en de Penya del Gat bij Pego.

Onderweg wandel je door Les Ombries de l’Atzúbia en Les Comes de Pego, twee landschappelijke zones op en rond Xillibre. De afwisseling tussen schaduwrijke hellingen, open terrein, dennenbos en uitzicht maakt deze route interessant.

Hoewel de routebeschrijving een bron noemt, is het verstandig altijd voldoende eigen drinkwater mee te nemen. De hoeveelheid water en de drinkbaarheid van natuurlijke bronnen kunnen veranderen door droogte, onderhoud of vervuiling.

Via El Carritxar naar Pego

De rondwandeling Atzúbia–El Carritxar–Pego begint in de dorpskern van l’Atzúbia. De route is ongeveer 8,1 kilometer lang, duurt circa twee uur en drie kwartier en heeft rond 231 meter positief hoogteverschil. Ook deze tocht heeft een gemiddelde technische moeilijkheid.

Het pad loopt via de Moleta naar de weg van El Carritxar. Daarna daalt de route langs de Serra de Mostalla richting Pego. Het laatste deel voert tussen sinaasappelboomgaarden terug naar l’Atzúbia.

De overgang van bergpad naar landbouwgebied maakt deze route kenmerkend voor de streek. Je ziet eerst rotshellingen en mediterrane begroeiing en loopt later door een vlakker landschap van boomgaarden, irrigatie en stenen muren.

Van Forna naar l’Atzúbia

De route Forna–El Carritxar–l’Atzúbia verbindt beide woonkernen van de gemeente. De wandeling is ongeveer 8,9 kilometer lang, vraagt volgens de officiële informatie circa drie uur en heeft 239 meter positief hoogteverschil. De route heeft een gemiddelde technische moeilijkheid.

De tocht begint tussen de sinaasappelbomen in de vallei van Forna, met het kasteel boven het landschap. Vervolgens klimt het pad richting El Carritxar. Vanaf de hogere delen zijn de Marjal de Pego-Oliva, de Serra de Mostalla, de Serra de Segària en in de verte de Montgó zichtbaar.

Via de Moleta daalt de route uiteindelijk af naar l’Atzúbia. Deze wandeling is bijzonder omdat natuur, landbouw, uitzicht en de twee historische dorpskernen binnen één tocht samenkomen.

Camí de l’Alba

Een andere route verbindt Pego met Forna en maakt deel uit van het Camí de l’Alba. Dit is een netwerk van wandelroutes dat vanuit verschillende plaatsen richting de pelgrimswegen naar Santiago de Compostela loopt.

Het traject tussen Pego en Forna is ongeveer 8,3 kilometer lang, heeft rond 226 meter positief hoogteverschil en duurt volgens de routebeschrijving bijna drie uur. De technische moeilijkheid wordt als laag aangegeven, al blijven goede schoenen en voldoende water noodzakelijk.

De route passeert onder meer het oude pad naar l’Atzúbia en de Font Morisca voordat Forna wordt bereikt. De wandeling is vooral interessant voor mensen die een landschappelijke tocht willen combineren met de historische dorpskern en het kasteel van Forna.

Cova del Canelobre

Bij het Tossal del Llop ligt de Cova del Canelobre, een grot die onderdeel vormt van het kalkstenen landschap rond l’Atzúbia. Deze grot moet niet worden verward met de veel bekendere Cuevas del Canelobre bij Busot. De grot van l’Atzúbia ligt op een geheel andere plek en heeft een kleinschaliger en avontuurlijker karakter.

In de grot bevinden zich kalksteenformaties zoals stalactieten en stalagmieten. Stalactieten hangen vanaf het plafond naar beneden, terwijl stalagmieten vanaf de bodem omhoog groeien. Zij ontstaan wanneer mineraalrijk water zeer langzaam kalk achterlaat.

Grotten zijn kwetsbare leefgebieden. Vleermuizen kunnen er rusten of overwinteren en kalkformaties raken gemakkelijk beschadigd. Betreed de Cova del Canelobre daarom niet zonder actuele informatie, begeleiding en geschikte uitrusting.

De toegangssituatie kan veranderen door natuurbeheer, veiligheid of het broed- en rustseizoen van dieren. Informeer vooraf bij de gemeente of de regionale toeristische dienst wanneer je de grot specifiek wilt bezoeken. Een gewone zaklamp en sportschoenen zijn niet voldoende voor zelfstandig speleologisch onderzoek.

Marjal de Pego-Oliva

Ten oosten van l’Atzúbia ligt een landschap dat sterk verschilt van de droge berghellingen: het natuurpark Marjal de Pego-Oliva. Het woord marjal betekent moeras- of drasland. Het beschermde gebied ligt tussen de gemeenten Pego en Oliva, op de grens van de provincies Alicante en Valencia.

De Marjal werd in 1994 uitgeroepen tot natuurpark. Het gebied bestaat uit natuurlijke bronnen, rivieren, kanalen, rietvelden, open water, natte graslanden en rijstpercelen. Water vormt de basis van vrijwel alle natuurwaarden in het park.

De waterlopen Bullent en Racons en verschillende ondergrondse bronnen zorgen voor een voortdurende toevoer van zoet en plaatselijk brak water. De waterstand en het zoutgehalte verschillen per zone, waardoor meerdere leefgebieden naast elkaar bestaan.

De Marjal is belangrijk voor vogels die er broeden, overwinteren of tijdens hun trek tussen Europa en Afrika rusten. Reigers, eenden, steltlopers en andere watervogels vinden er voedsel en beschutting. De beste waarnemingen zijn vaak vroeg in de ochtend of tegen het einde van de middag.

Naast vogels leven er vissen, amfibieën, reptielen, libellen en veel andere kleine dieren. Een bijzondere soort is de samaruc, een kleine inheemse vis uit het oosten van Spanje die sterk beschermd is. De kwaliteit en natuurlijke stroming van het water zijn van groot belang voor zulke kwetsbare soorten.

Traditionele rijstteelt maakt eveneens deel uit van het landschap. Natuur en landbouw liggen hier niet volledig van elkaar gescheiden. De rijstvelden, sloten, rietkragen en natuurlijke waterzones vormen samen een cultuur- en natuurlandschap.

Bezoekers kunnen delen van het natuurpark te voet of per fiets ontdekken. Blijf op wegen en paden, betreed geen rijstvelden en houd voldoende afstand van vogels. Honden moeten onder controle blijven, omdat loslopende dieren broedende en rustende vogels kunnen verstoren.

In de zomer zijn schaduwrijke plekken beperkt en kunnen muggen talrijk zijn. Neem water, bescherming tegen zon en eventueel een middel tegen insecten mee. Na zware regen kunnen wegen en paden nat, modderig of tijdelijk moeilijk toegankelijk zijn.

Wie meer over het wetland wil lezen, vindt aanvullende informatie op de natuurpagina over Pego en de Marjal de Pego-Oliva.

Seizoenen veranderen het landschap

De late winter en het vroege voorjaar behoren tot de kleurrijkste perioden rond l’Atzúbia. Amandelbomen bloeien afhankelijk van het weer vaak in februari, maar warme of koude winters kunnen de bloeitijd vervroegen of vertragen. De kale takken raken dan bedekt met witte en roze bloemen.

Na de winterregens verschijnen grassen, klaprozen, margrieten en andere veldbloemen tussen terrassen en langs wegen. Ook rozemarijn en verschillende struiken komen in bloei. Voor bijen, vlinders en andere insecten is dit een belangrijke periode.

Later in het voorjaar stijgt de temperatuur snel. De bloesem verdwijnt en bomen krijgen nieuwe bladeren. Dit is een prettige tijd voor langere wandelingen, zolang je zonnige middagen en uitzonderlijk warme dagen vermijdt.

De zomer is droog en heet. Veel planten verminderen hun groei en het landschap krijgt gele, bruine en grijsgroene tinten. Cicaden zijn luid hoorbaar en de geur van droge kruiden wordt sterker. Wandelen kan dan het beste kort na zonsopkomst plaatsvinden.

Het risico op natuurbrand is in de zomer en tijdens langdurige droogte bijzonder hoog. Eén vonk van een machine, barbecue, sigaret of voertuig kan voldoende zijn om droog gras te ontsteken. Gebruik nergens vuur zonder uitdrukkelijke toestemming en parkeer niet met een hete uitlaat boven droge begroeiing.

In de herfst brengen de eerste stevige regenbuien nieuw leven. De bodem wordt groener en temperaturen worden aangenamer. Hevige mediterrane regen kan echter in korte tijd tot wateroverlast en gevaarlijke stromen in ravijnen leiden.

De winter is in de lagere valleien meestal zacht, maar nachten kunnen koud en vochtig zijn. Op hogere en open delen kan een krachtige wind de gevoelstemperatuur sterk verlagen. Sneeuw is rond de dorpen zeldzaam, maar hogere bergen in het achterland kunnen tijdens koude perioden wit kleuren.

Veilig de natuur in

De natuur rond l’Atzúbia is toegankelijk, maar vraagt voorbereiding en respect. Draag stevige schoenen met voldoende profiel. Losse stenen en gladde kalksteen kunnen zelfs op een ogenschijnlijk eenvoudig pad tot een val leiden.

Neem meer water mee dan je denkt nodig te hebben. Voor een langere zomerse wandeling kan één kleine fles onvoldoende zijn. Natuurlijke bronnen kunnen droogstaan en de waterkwaliteit wordt niet overal voortdurend gecontroleerd.

Bescherm hoofd en huid tegen de zon. Door wind of hoogteverschil kan de warmte minder sterk aanvoelen, terwijl de zonkracht toch hoog is. Een pet of hoed, zonnebrandmiddel en luchtige bedekkende kleding zijn verstandig.

Vertel iemand welke route je gaat lopen en wanneer je terug verwacht te zijn. Download kaarten voor offline gebruik en neem een opgeladen telefoon en eventueel een powerbank mee. Mobiel bereik is niet op iedere helling of in ieder ravijn gegarandeerd.

Controleer de weersverwachting, maar kijk ook naar waarschuwingen voor hitte, wind, onweer en natuurbrand. Bij extreme hitte of een hoog brandrisico kunnen routes en natuurgebieden tijdelijk worden afgesloten.

Na regen kunnen paden glad zijn en kunnen stenen losraken. Vermijd smalle ravijnen wanneer zware neerslag wordt verwacht. Een onweersbui in de bergen kan water veroorzaken op een plek waar het zelf nauwelijks heeft geregend.

Houd rekening met het jachtseizoen. In het buitengebied kunnen tijdelijke waarschuwingen of borden staan. Draag opvallende kleding, blijf op gemarkeerde routes en respecteer aanwijzingen van terreinbeheerders en jagers.

Laat geen afval achter, ook geen fruitschillen of papieren zakdoekjes. Organisch afval breekt in een droog klimaat soms veel langzamer af dan verwacht en kan wilde dieren aantrekken. Neem alles mee terug naar het dorp.

Natuur combineren met dorpen

De natuur rond l’Atzúbia is goed te combineren met andere landschappen en plaatsen in de omgeving. Pego ligt dichtbij en vormt de toegang tot winkels, horeca en het natuurpark Marjal de Pego-Oliva. Vanuit Pego lopen bovendien verschillende wandelroutes terug naar l’Atzúbia en Forna.

La Vall de Gallinera ligt ten westen van de gemeente en biedt een langgerekte vallei met acht dorpskernen, kersenboomgaarden, bergpaden en de bekende Penya Foradà. Deze natuurlijke rotsboog hoort bij La Vall de Gallinera en niet bij l’Atzúbia zelf, maar vormt een aantrekkelijk uitstapje in de directe omgeving.

Dénia combineert de Montgó, de rotskust van Les Rotes, stranden, haven en stedelijke voorzieningen. Daarmee vormt de kustplaats een sterk contrast met het stille binnenland rond l’Atzúbia.

Wie meer over de gemeente zelf wil lezen, kan verder naar de algemene informatie over l’Atzúbia en Forna, de geschiedenis van l’Atzúbia en Forna, uitstapjes in l’Atzúbia en Forna en wonen in l’Atzúbia. Samen geven deze pagina’s een breed beeld van landschap, erfgoed, bezienswaardigheden en dagelijks leven.

Een mooie dagindeling begint bijvoorbeeld met een vroege wandeling vanuit l’Atzúbia of Forna. Daarna kun je door een van de dorpskernen lopen en in Pego lunchen. In de late middag biedt de Marjal de Pego-Oliva goede mogelijkheden voor een rustige rit of wandeling langs het water.

Wie liever richting de kust gaat, kan een bergwandeling combineren met de stranden bij Les Deveses of Dénia. Zo wordt binnen één dag zichtbaar hoe dicht droge bergen, landbouwvalleien, moerasgebied en Middellandse Zee hier bij elkaar liggen.

Stilte als grootste rijkdom

L’Atzúbia en Forna bieden geen natuur vol grote bezoekerscentra, drukke attracties of spectaculaire voorzieningen. De aantrekkingskracht zit juist in het rustige karakter van het landschap. Een oud pad, een stenen muur, citrusbloesem, het geluid van vogels en uitzicht over een stille vallei zijn hier vaak de belangrijkste ervaringen.

De natuur is bovendien niet los te zien van de mensen die het gebied hebben gevormd. Landbouwterrassen, waterpunten en verbindingspaden vertellen hoe bewoners eeuwenlang met droogte, hoogteverschillen en beperkte vruchtbare grond zijn omgegaan. Het landschap is daardoor zowel natuurlijk als cultureel waardevol.

Voor wandelaars bieden de officiële routes een verrassend ruime keuze. Je kunt vanuit l’Atzúbia naar Pego lopen, beide dorpskernen met elkaar verbinden of oude paden volgen over Xillibre en El Carritxar. Wie verder kijkt, bereikt binnen korte tijd La Vall de Gallinera, de Serra de Mostalla en de natte natuur van de Marjal.

Voor fotografen veranderen kleur en licht voortdurend. Bloesem en fris groen bepalen het voorjaar, droge kruiden en warme tinten de zomer en heldere vergezichten vaak de herfst en winter. Voor vogelliefhebbers zorgt de combinatie van bergen, landbouw en wetland voor uiteenlopende leefgebieden.

Wie overweegt te emigreren naar Alicante of rustiger te wonen in Spanje, krijgt rond l’Atzúbia bovendien een goed beeld van het leven buiten de kustplaatsen. Natuur ligt hier niet op afstand achter een parkeerterrein, maar begint vrijwel direct tussen de huizen, boomgaarden en dorpswegen.

De waarde van dit gebied zit uiteindelijk in de kleine ontdekkingen: een hop tussen de bomen, een hagedis op een warme muur, bijeneters boven een veld, bloeiende amandelbomen, het kasteel van Forna boven de vallei of de eerste zon op de bergen. Wie rustig kijkt en respectvol door het landschap beweegt, ontdekt rond l’Atzúbia en Forna een van de meest afwisselende en stille kanten van de Marina Alta.

Dit artikel is voor het laatst bijgewerkt op 6 augustus 2026.